Seinwezen in Hoorn

Het interieur van het seinhuis in Hoorn is zoveel mogelijk intact gelaten en waar nodig hersteld in de toestand, waarin het verkeerde toen het seinhuis nog in Kesteren stond.

Lees verder…


Handeltoestel
Het handeltoestel boven in het seinhuis is van type HIJSM 1908. Het toestel is tegelijk met het seinhuis overgebracht van Kesteren naar Hoorn, waar het is aangepast aan de situatie op het stoomtramemplacement. Sinds april 1996 wordt elke treinbeweging op het emplacement dat de Museumstoomtram beheert met klassieke seinen beveiligd. Met het handeltoestel worden de overwegbomen naar de perrons, de in- en uitrijseinen en de rangeerseinen op het emplacement in Hoorn mechanisch – door middel van stalen draden – bediend. De in het seinhuis aanwezige treindienstleider voert deze taak uit, op drukke dagen bijgestaan door een seinhuiswachter.

Diverse bedieningstoestellen
Als u geïnteresseerd bent in het seinwezen, is het leuk om ook een kijkje onder in het seinhuis te nemen. Hier vindt u namelijk een kleine expositie van bedieningstoestellen; een bedieningstoestel SS pre 1920, een elektrisch bedieningstoestel VES 1912 en een elektrisch bedieningstoestel 1939, een zogenaamd ‘Bouman toestel’.

ontdek meer

Station Medemblik

Het voornaamste stationsgebouw langs de spoorlijn Hoorn-Medemblik is dat van het eindpunt – of oorspronkelijk: beginpunt – Medemblik. Dit grotere stationsgebouw is sinds 2000 eigendom van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik.

Lees verder…

Restauratie

De restauratie van het in 1887 geopende stationsgebouw is op 4 december 2006 begonnen. Reeds in 2004 werd door de gemeente Medemblik de stationsomgeving aangepakt, waarbij het oorspronkelijke straatspoor naar de goederenloods is herlegd. Medio 2007, precies 120 jaar na de opening, werd het gebouw wederom als nieuw opgeleverd! Het gebouw is opvallend groter en hoger dan de overige stationsgebouwen. Het beschikt over twee wachtkamers (2e en 3e klasse), een kantoor voor de stationschef en een grote goederenloods aan de westzijde. Op de eerste verdieping van het station bevindt zich de dienstwoning van de stationschef, bestaande uit een (eet)keuken, woonkamer en twee kleine slaapkamers. Op de zolderverdieping bevond zich oorspronkelijk slechts een kamer voor de dienstmeid; de overige ruimte werd benut voor opslag en het drogen van de was. Bij de restauratie in 2007 werden op de zolder een ruime badkamer en slaapkamer gemaakt, en werden de twee slaapkamertjes op de eerste verdieping bij de woonkamer gevoegd; de woonruimte op de eerste verdieping verdubbelde daardoor in omvang.

Tegenover het station ligt ook de aanlegsteiger van de bootdienst. Deze is van recente datum.

ontdek meer

Seinwezen op de lokaalspoorlijn Medemblik-Hoorn

Op de lokaalspoorlijn Medemblik-Hoorn bevonden zich bij de opening afstandsseinen te Wognum-Nibbixwoud, Midwoud-Oostwoud en Medemblik. In 1903 kreeg ook Abbekerk-Lambertschaag afstandsseinen, gevolgd door Zwaag in 1910 en Opperdoes in 1913. In 1928 werd de brug te Medemblik inclusief afstandsseinen in gebruik genomen.

Lees verder…

Seinwezen bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik
Vrijwel vanaf het begin van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik is gewerkt aan het aanvullen van de presentatie met seinwezenapparatuur. Wat heel eenvoudig begon met het vergaren van een klein perrontoestelletje en een seinpaal is inmiddels uitgegroeid tot een gedegen verzameling, die de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van het seinwezen omvatten. Hoogtepunt was het verkrijgen van het seinhuis uit Kesteren, inclusief toestel, in 1983.

Op alle stations zijn delen van deze collectie te zien. In de eerste plaats natuurlijk op het emplacement van de stoomtram in Hoorn, maar ook te Wognum (inrijseinen en beveiliging van het goederenspoor), te Twisk en Opperdoes (beveiliging zijspoor en communicatie via telegraaftoestel) en Medemblik (afstandsseinen bij de brug, en inrijsein; nog niet operationeel).

ontdek meer

Station Opperdoes

Het stationsgebouw van Opperdoes is een van de acht (van de oorspronkelijk tien) nog bestaande stationsgebouwen aan de lokaalspoorlijn Hoorn-Medemblik. Het is een goed voorbeeld van een plattelandsstation, zoals er in Nederland honderden hebben gestaan. Het karakteristieke gebouw bestaat uit twee delen; een dienstwoning voor de haltechef en zijn gezin en een chefskantoor met wachtruimte voor de reizigers. Daarnaast is er een vrijstaand retirade-gebouw aanwezig.

Lees verder…

Geschiedenis

Alle stationsgebouwen tussen Hoorn en Medemblik zijn tegelijk met de lokaalspoorweg in 1887 opgeleverd. Ze zijn gebouwd naar een ontwerp van architect Krieger voor de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. Tot aan de opheffing van het reizigersvervoer in 1935 zijn de stations in gebruik gebleven. Vandaag de dag zijn de gebouwen in Zwaag, Wognum-Nibbixwoud, Benningbroek-Sijbekarspel, Abbekerk-Lambertschaag, Twisk, Opperdoes en Medemblik nog aanwezig. In Zwaagdijk staat nog een wachterswoning bij de overweg. Gesloopt werden de wachterswoning te Westerblokker en het stationsgebouw Midwoud-Oostwoud.

Museale informatie

De stationsgebouwen te Wognum-Nibbixwoud, Twisk, Opperdoes en Medemblik zijn in eigendom verworven door de Museumstoomtram en staan onder (provinciale) Monumentenzorg.
Bij een modernisering in 1924 kregen de stations onder meer een keukenaanbouw en een houten goederenloods. In deze toestand is het station in 2000 in het kader van een leer/werkproject gerestaureerd en door de Museumstoomtram weer in gebruik genomen als functionerend station met woning. Het meest kenmerkende verschil met Twisk en Wognum is dat die stations twee vensters hebben aan de perronzijde, tegen Opperdoes maar één. Oorspronkelijk bevond zich achter het ‘blinde’ raam een bedstee, welke toestand in Opperdoes altijd zo is gebleven.
De gebouwen hebben een wachtkamer, een kantoor voor de dienstdoende haltechef, een loods voor het goederenvervoer en een retirade (toiletgebouwtje). Ieder station heeft daarbij zijn eigen kenmerken. De beschildering van iedere wachtkamer varieert van houtimitatie tot diverse tinten groen en vertegenwoordigt daarmee een bepaalde periode uit de geschiedenis van het gebouw. De perrons, zijsporen en verdere inrichting van de stationsomgeving zijn in de toestand anno 1926 teruggebracht. Te Opperdoes diende het langs de vaart gelegen zijspoor tevens voor de afvoer van tuinbouwprodukten, die in de tegenover gelegen (vaar)veiling werden aangevoerd en verhandeld. Ten behoeve van het stukgoedvervoer was een tweede zijspoor aangelegd, waarmee de goederenloods werd bediend. Beide zijsporen zijn nog aanwezig.

Authentieke Mijl

Tussen de stations Twisk en Opperdoes ligt de ‘Authentieke mijl’ lokaalspoorweg. Het eerste stuk spoorlijn van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik tot in detail ingericht, zoals het er 100 jaar geleden uit zag. Beide stations zijn verbonden door een werkende telegraafinrichting die, behalve voor het uitwisselen van berichten, ook wordt gebruikt voor het vrijgeven van het slot op het wissel dat in Twisk naar het zijspoor leidt. Omdat Twisk vele jaren geen zelfstandig station was, maar een halte aan de vrije baan, viel de bediening van het zijspoor te Twisk toen onder de verantwoordelijkheid van de stationschef Opperdoes.

ontdek meer

Station Twisk

Het stationsgebouw van Twisk is een van de acht (van de oorspronkelijk tien) nog bestaande stationsgebouwen aan de lokaalspoorlijn Hoorn-Medemblik. Het is een goed voorbeeld van een plattelandsstation, zoals er in Nederland honderden hebben gestaan. Het karakteristieke gebouw bestaat uit twee delen; een dienstwoning voor de haltechef en zijn gezin en een chefskantoor met wachtruimte voor de reizigers. Daarnaast is er een vrijstaand retirade-gebouw aanwezig.

Lees verder…

Geschiedenis

Alle stationsgebouwen tussen Hoorn en Medemblik zijn gelijk met de lokaalspoorweg in 1887 opgeleverd. Ze zijn gebouwd naar een ontwerp van architect Krieger voor de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. Tot aan de opheffing van het reizigersvervoer in 1935 zijn de stations in gebruik gebleven. Vandaag de dag zijn de gebouwen in Zwaag, Wognum-Nibbixwoud, Benningbroek-Sijbekarspel, Abbekerk-Lambertschaag, Twisk, Opperdoes en Medemblik nog aanwezig. In Zwaagdijk staat nog een wachterswoning bij de overweg. Gesloopt werden het haltegebouw Westerblokker en het stationsgebouw Midwoud-Oostwoud.

Museale informatie

De stationsgebouwen te Wognum-Nibbixwoud, Twisk, Opperdoes en Medemblik zijn in eigendom verworven door de Museumstoomtram en staan onder (provinciale) Monumentenzorg. Bij een modernisering in 1924 kregen de stations onder meer een keukenaanbouw en een houten goederenloods. In deze toestand is het station in 1996 in het kader van een leer/werkproject gerestaureerd en door de Museumstoomtram weer in gebruik genomen als functionerend station met woning.
De gebouwen hebben een wachtkamer, een kantoor voor de dienstdoende haltechef, een loods voor het goederenvervoer en een retirade (toiletgebouwtje). Ieder station heeft daarbij zijn eigen kenmerken. De beschildering van iedere wachtkamer varieert van houtimitatie tot diverse tinten groen en vertegenwoordigt daarmee een bepaalde periode uit de geschiedenis van het gebouw. De perrons, zijsporen en verdere inrichting van de stationsomgeving zijn in de toestand anno 1926 teruggebracht. Te Twisk is het zijspoor langs de losweg opnieuw aangelegd, zoals dat in vroeger jaren diende voor het aan- en afvoeren van gereedschappen, machines, vee en landbouwprodukten. Het stationsgebouw van Twisk is voorzien van een Rijksbrievenbus, die door de op de trams meereizende postconducteurs regelmatig werd geleegd. Heden ten dage gebeurt dat bij de Museumstoomtram nog steeds!

Authentieke Mijl

Tussen de stations Twisk en Opperdoes ligt de ‘Authentieke Mijl’ lokaalspoorweg. Het eerste stuk spoorlijn van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik tot in detail ingericht, zoals het er 100 jaar geleden uit zag. Beide stations worden verbonden door een werkende telegraafverbinding die, behalve voor het uitwisselen van berichten, ook wordt gebruikt voor het (ont)grendelen van het slot op het wissel naar het zijspoor te Twisk. Deze regeling stamt uit de tijd dat Twisk geen zelfstandig station was maar een halte aan de vrije baan, waardoor de verantwoordelijkheid voor de bediening van het zijspoor bij de stationschef te Opperdoes lag.

ontdek meer

Stoomlocomotief 23 'H.J.H. Modderman' van de Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij

Stoomlocomotief voor rangeer- en tramdiensten op twee assen.

Ten behoeve van het omvangrijke goederenvervoer in het Westland (groente) kocht de Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij in 1929 deze sterke Duitse industrielocomotief voor het trekken van de goederentrams. De locomotief is in 1918 gebouwd.

Lees verder…

Ze werd naar WSM-gebruik voorzien van de naam van burgemeester H.J.H. Modderman van Naaldwijk. In 1940 werd ze verkocht aan de suikerfabriek te Zevenbergen, waar ze – bijgenaamd ‘Dikke Bertha’ – tussen het NS-station en de suikerfabriek reed.

De locomotief werd in 1970 geschonken aan de (voorlopers van de) Museumstoomtram en ging kort daarna de zwaarste stoomtrams rijden tussen Hoorn en Medemblik. In 1979 bleek de algehele toestand van de locomotief zo slecht, dat ze buiten dienst werd gesteld.

Vanaf 2024 wordt locomotief WSM 23 cosmetisch gerestaureerd om samen met stoomtramlocomotief RSTM2, statisch te worden gepresenteerd in de werkplaats op het terrein van Tramstation Hoorn. Beide locomotieven zullen daarbij deel uitmaken van een presentatie over de geschiedenis van de stoomtram in Nederland.

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingA-status, Register Railmonumenten
Kerncollectie?Ja
Bouwjaar1918
Gebouwd doorOrenstein & Koppel (Duitsland)
Fabrieksnummer: 8319
Oorspronkelijke eigenaarsDuitse industrieen;
Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (WSM);
Suikerfabriek Zevenbergen
Verworven1970
Kerncollectie?Ja
RijvaardigNee, wacht op restauratie
Huidige locatieloods te Zwaag
Leeg gewicht21 ton
Dienstvaardig gewicht27,4 ton
Werk (stoom) druk10 atm
Watervoorraad3 m3
Kolen voorraad1,2 ton
Type stoomverdelingAllan
Trekkracht5150 kgf*
Grootste snelheid30 km/u

* De afkorting kgf wordt gebruikt om aan te geven, wat het maximale gewicht is, dat vanuit stilstand kan worden verplaatst, gemeten vanaf de trekhaak. Dit getal heeft dus niets te maken met het totale treingewicht. Het heeft alleen waarde als vergelijkingsmiddel voor de verschillende locomotieven.

Geschiedenis
1918-1928Rangeerlocomotief bij de Westfalische Eisen- und Drahtwerke Aplerbeck. De Westfalische Lokomotivfabrik Hattingen verhuurt de loc
1928-1940Vervoert goederentrams bij de Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij
1940-1970Rangeerlocomotief bij de Suikerfabriek te Zevenbergen
1970Geschonken aan Tramweg-Stichting en overgebracht naar Museumstoomtram te Hoorn
1970-1979In dienst bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik als WSM 23
1979In afwachting van restauratie buiten dienst gesteld
2023Loc. als statisch object toegewezen aan de presentatie over de historie van de Stoomtram in Hoorn

ontdek meer

Motorlocomotief 101 van de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij

Diesellocomotief op twee assen, aangedreven via een blinde as.

In de jaren na circa 1925, ten tijde van economische crisis, opkomende concurrentie door het wegvervoer en de steeds duurder wordende stoomtractie, trachten veel interlokale trambedrijven – met wisselend succes overigens – efficiëntere motortrams in te zetten om de exploitatie zo rendabel mogelijk te houden.

Diesellocomotief 101 past in deze ontwikkeling. In 1935 laat de NTM de locomotief bouwen door de Kromhout-Motorfabriek, die door een grote order de firma Du Croo & Brauns betrekt bij de opbouw van de locomotief.

Lees verder…

Het ontwerp voorziet in een op twee assen aangedreven motorlocomotief, via een blinde as. De bovenzijde krijgt een ruimte voor de machinist in het midden, een motorruimte aan de voorzijde en een ruimte aan de achterzijde, waar later een verwarmingsketel wordt ingebouwd. De motor is een Kromhout-Gardner type 8-LS. Deze wordt in Nederland verder niet toegepast in railvoertuigen.

De moderne, min of meer gestroomlijnde, vormgeving van de locomotief past geheel in de nieuwste trends van de tijd waarin de loc gebouwd wordt.
Na een aantal jaren met matig succes trams te hebben gereden bij de NTM, wordt de locomotief in 1942 als rangeerlocomotief naar het buitenland verkocht en van een andere, verbeterde aandrijving voorzien. De locomotief bevindt zich vanaf 1948 in ieder geval, maar mogelijk al in de laatste periode van de oorlog in Oostenrijk.

De Stichting Brabant Rail kan de locomotief in 1990 in Oostenrijk verwerven en heeft haar in 1994 in langdurige bruikleen overgedragen aan de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik, waar de locomotief met subsidies van landelijke fondsen op dit moment naar een functionele authenticiteit dienstvaardig is gerestaureerd.

Bij de Museumstoomtram bevindt zich ook rijtuig C205, dat eind jaren 1930 in een gemoderniseerde uitvoering met locomotief 101 deel uitmaakte van de modernste tram van de NTM. Dit rijtuig is als stoomtramrijtuig gerestaureerd. Bagagewagen E67 maakt het tramstel min of meer compleet.

Aan de locomotief is vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend binnen de Collectie Nederland.

Slide koptekst
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.
Klik hier
Specificaties
Gebouwd doorKromhout / Du Croo & Brauns (Weesp)
Gebouwd voorNederlandse Tramweg-Maatschappij (NTM) en diverse bedrijven in Oostenrijk
Verworven1994
Cultuurhistorische waarderingA-status,
Register Railmonumenten
KerncollectieJa
BedrijfsvaardigJa (toestand 1935)
Huidige locatieHoorn
Afmetingen (l/b/h)6445/2440/3196 mm
Gewicht (dienst)14,6 ton
Dieselmotor en aandrijving Oorspronkelijk een Kromhout Gardner 8LS 8-cilinder 104 pk dieselmotor, via een hydraulische aandrijving met vier versnellingen overgebracht via een blinde as op de wielen
Dieselmotor en aandrijving na restauratie Perkins 8-cilinder 140 pk dieselmotor, via een hydraulische aandrijving traploos overgebracht op de blinde as en de wielen
Trekkracht1490 kg
Max. snelheid45 kilometer per uur.
Geschiedenis
26-8-1935Locomotief 101 wordt in Heerenveen afgeleverd
5-6-1936De locomotief gaat reizigerstrams rijden tussen Sneek en Heerenveen
1938Inbouw van een stoomketel voor verwarming van de rijtuigen
1942Verkocht aan de Deventer handelsfirma Mühring, die de locomotief doorverkoopt over de oostgrens
1948Locomotief 101 bevindt zich in het Oostenrijkse St. Pölten
1958De locomotief wordt eigendom van Raiffeisen Lagerhaus Durnkrut, nabij Wenen en krijgt een nieuwe viercilinder dieselmotor
1990Locomotief 101 wordt verworven door de Stichting Brabant Rail en opgeslagen in Blerick
1994De locomotief wordt in bruikleen gegeven aan de Museumstoomtram
2004A-status verleend in Register Railmonumenten
2009Start van de restauratie bij de Museumstoomtram
2012Einde bruikleenovereenkomst; de locomotief wordt eigendom van de Museumstoomtram
2013/14Einde restauratie; de locomotief wordt op 10 oktober 2014 officieel in dienst gesteld bij de Museumstoomtram

ontdek meer

Station Wognum Nibbixwoud

Het stationsgebouw van Wognum-Nibbixwoud is een van de acht (van de oorspronkelijk tien) nog bestaande stationsgebouwen aan de lokaalspoorlijn Hoorn-Medemblik. Het is een goed voorbeeld van een plattelandsstation, zoals er in Nederland honderden hebben gestaan. Het karakteristieke gebouw bestaat uit twee delen; een dienstwoning voor de haltechef en zijn gezin en een chefskantoor met wachtruimte voor de reizigers. Daarnaast is er een vrijstaand retirade-gebouw aanwezig.

Lees verder…

Geschiedenis

Alle stationsgebouwen tussen Hoorn en Medemblik zijn gelijk met de lokaalspoorweg in 1887 opgeleverd. Ze zijn gebouwd naar een ontwerp van architect Krieger voor de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM). In 1898 werd vanuit Wognum de stoomtramlijn naar Schagen geopend. Eerst geëxploiteerd door een particuliere maatschappij (de SMWF, Stoomtramweg Maatschappij West-Friesland) maar later door de HIJSM. Wognum-Nibbixwoud werd aldus een overstapstation. Dit blijft zo tot de opheffing van de lijn naar Schagen in 1930. Het station blijft daarna nog in gebruik tot aan de opheffing van het reizigersvervoer tussen Hoorn en Medemblik in 1935. Vandaag de dag zijn de gebouwen in Zwaag, Wognum-Nibbixwoud, Benningbroek-Sijbekarspel, Abbekerk-Lambertschaag, Twisk, Opperdoes en Medemblik nog aanwezig. In Zwaagdijk staat nog een wachterswoning bij de overweg. De wachterswoning te Westerblokker is verdwenen, evenals het stationsgebouw van Midwoud-Oostwoud.

Museale informatie

De stationsgebouwen te Wognum-Nibbixwoud, Twisk, Opperdoes en Medemblik zijn in eigendom verworven door de Museumstoomtram en staan onder (provinciale) Monumentenzorg. Bij een modernisering in 1924 kregen de stations onder meer een keukenaanbouw en een houten goederenloods. In deze toestand is het station in 2001 in het kader van een leer/werkproject gerestaureerd en door de Museumstoomtram weer in gebruik genomen als functionerend station met woning.
De gebouwen hebben een wachtkamer, een kantoor voor de dienstdoende haltechef, een loods voor het goederenvervoer en een retirade (toiletgebouwtje). Ieder station heeft daarbij zijn eigen kenmerken. De beschildering van iedere wachtkamer varieert van houtimitatie tot diverse tinten groen en vertegenwoordigt daarmee een bepaalde periode uit de geschiedenis van het gebouw. De perrons, zijsporen en verdere inrichting van de stationsomgeving zijn in de toestand anno 1926 teruggebracht. Daarbij is het goederenperron te Wognum voorzien van een (handbediend) hijskraantje, waarmee zware stukgoederen in en uit goederenwagens geladen kunnen worden. Het zijspoor (spoor 3) langs het goederenperron is aangelegd in een bed van zand, met spoorstaven die door middel van spijkers op de dwarsliggers zijn bevestigd. Op deze wijze werd (licht) spoor aangelegd in de beginjaren van de spoorwegbouw in Nederland. Het stationsgebouw van Wognum is tevens voorzien van een brievenbus, die door de op de trams meereizende postconducteurs regelmatig werd geleegd. Heden ten dage gebeurt dat bij de Museumstoomtram nog steeds!

ontdek meer

Stoomlocomotief 26 Ir. P.H. Bosboom van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij

Stoomtramlocomotief op twee assen.

Loc 26 werd in 1922 geleverd en deed tot 1928 dienst op de tramlijn Roermond-Sittard. Na die tijd was ze op de heuvelachtige tramlijn Maastricht-Vaals aan te treffen, waar de krachtige machine op de vele hellingen in dit gebied goed van pas kwam

Lees verder…

Voor de opening van haar tramlijnen in 1922, kocht de Limburgsche Tramweg-Maatschappij vijftien stoomlocomotieven bij de Duitse firma Hanomag. Het ontwerp van de locomotieven was gebaseerd op de inzichten van de Nederlandse ingenieur Verhoop. Het waren sterke en relatief moderne locomotieven, waarin de toepassing van een bijzondere stoomschuifbeweging, voedingswaterbehandeling en oververhitte stoom tot eenvoudige en zuinigere exploitatie moesten leiden.

Veel plezier heeft de LTM niet van deze locomotieven gehad. De aanleg van de Limburgse tramlijnen kwam voornamelijk voort uit politieke overwegingen en het vervoer bleef achter bij de verwachtingen. Het opkomende wegverkeer deed het beter. Al in 1938 reed de laatste LTM-stoomtram. Het nog vrij nieuwe materieel werd verkocht. Loc 26 kwam bij diverse Duitse industrieën terecht, waar ze rangeerwerkzaamheden ging verrichten.

Na een langdurige speurtocht langs vele zijsporen in het Duitse Ruhrgebied werd loc 26 in 1972 gevonden en verworven voor de collectie. Korte tijd later kon ze in gebruik genomen bij de Museumstoomtram; aanvankelijk met het nummer 21 hetwelk, na verder historisch onderzoek, nadien werd gewijzigd in 26.

Later volgde een omvangrijke restauratie en sinds 2000 is de locomotief weer in oude glorie hersteld. De loc kreeg de naam van ir. Bosboom als erkenning voor de grote verdiensten die deze NS directeur voor de Museumstoomtram heeft gehad.

Aan de locomotief is vanwege haar cultuurhistorische waarde de hoogste A-status toegekend binnen de Collectie Nederland.

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingA-status,
Register Railmonumenten
Kerncollectie?Ja
Bouwjaar1922
Gebouwd doorHanomag, Hannover (Duitsland)
Fabrieksnummer: 9862
Oorspronkelijke eigenaarsLimburgsche Tramweg-Maatschappij (LTM);
Diverse fabrieken, waaronder Sachtleben Chemie te Homberg (Duitsland)
Verworven1972
RijvaardigJa 
(toestand 1922)
Huidige locatieHoorn (tramdienst)
Leeg gewicht23,5 ton
Dienstvaardig gewicht28,5 ton
Werk (stoom) druk12 atm (kg/cm2)
Watervoorraad2,5 m3
Kolen voorraad0,8 ton
Type stoomverdelingVerhoop
Trekkracht4370 kgf
Grootste snelheid60 km/u

* De afkorting kgf wordt gebruikt om aan te geven, wat het maximale gewicht is, dat vanuit stilstand kan worden verplaatst, gemeten vanaf de trekhaak. Dit getal heeft dus niets te maken met het totale treingewicht. Het heeft alleen waarde als vergelijkingsmiddel voor de verschillende locomotieven.

Geschiedenis
1922-1938In dienst bij de Limburgsche Tramweg-Maatschappij op de tramlijnen Roermond-Sittard (tot 1927) en Maastricht-Vaals (vanaf 1928)
1939-1954Via sloperij Dotremont te Maastricht belandt de locomotief bij de firma Klockner & Co te Duisburg, die haar aan diverse fabrieken verhuurt. In 1949 volgt een grote revisie, waarna ze wordt opgeborgen
1954-1971In dienst als rangeerlocomotief bij Sachtleben Chemie te Homberg, vanaf 1969 locatie nabij Neuss
1972Verworven en overgebracht naar de Museumstoomtram te Hoorn, waar ze korte tijd later in de tramdienst wordt ingezet
1996-2000Restauratie bij de Museumstoomtram, waarbij onder andere een nieuwe ketel is geplaatst
2018-2019Grote technische en cosmetische revisie

ONtdek meer

Stoomlocomotief 6513 van de Nederlandsche Spoorwegen

Stoomlocomotief op twee assen.

Deze locomotief werd in 1976 aan de Museumstoomtram aangeboden door de Duitse Museumbahn Aschaffenburg. Het ging hier om de 14 ton „lichte” locomotief „Neuhoffnungshutte II” van de staalfabriek Haas & Sohn te Sinn bij Siegen.

De loc behoorde tot het standaardtype ‘Victor’, waarvan de firma Hohenzollern er een aantal bouwde. Zo uit de catalogus dus! Déze machine werd in 1887 gebouwd.
Drie van deze ‘Victors’ werden in 1880, 1881 en 1889 voor de Staatsspoorwegen (SS) in ons land gebouwd. Eerst deden ze rangeerdiensten. Later voerden ze bij SS en opvolger NS ook diensten uit op stoomtramlijnen, zoals Ede-Wageningen en Gouda – Schoonhoven, alsmede op het net van de NTM in Friesland.

Na de eerste drie machines bouwde de werkplaats in Tilburg er nog negen. Als een soort ‘vulklus’ als de tijd het toeliet en over een lange periode.  Zo ontstond de serie 601-612, na de fusie van 1921 omgenummerd in NS 6501-6512.

Lees verder…

Museumstoomtram nieuwe eigenaar

Alle twaalf oorspronkelijk Nederlandse machines zijn in de jaren ’30 van de vorige eeuw gesloopt (de laatste in 1937). Vanwege de historische relevantie van het type besloot ons museum de nog overgebleven ‘Victor’ in Duitsland te verwerven en de restaureren/reconstrueren als ‘dertiende 6500’. 

In 2006 is een groep vrijwillige medewerkers begonnen met de definitieve restauratie van deze locomotief. Dankzij “crowdfunding” is de locomotief volledig dienstvaardig gerestaureerd en gereconstrueerd.

Oudste rijdende locomotief in Nederland

Na afronding van de restauratie in 2017 is locomotief NS 6513 de oudste nog rijdende locomotief in Nederland. De loc is geschilderd in de kleuren van de Staatsspoorwegen, in de uitvoering zoals de loc er als SS 613 zou hebben uitgezien ten tijde van de fusie tussen SS en HSM, als gevolg waarvan vernummering tot NS 6513 volgde, een “nakomertje” op de reeks dus. 

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingGeen (oorspronkelijk een Duitse locomotief)
Kerncollectie?Nee
Bouwjaar1887
Gebouwd doorHohenzollern (Duitsland) Fabrieksnummer: 413
Oorspronkelijke eigenaarsfirma W. Ernst Haas und Sohn in Sinn/Dillkreis
Verworven1978
DienstvaardigJa
Huidige locatieHoorn (werkplaats)
Gewicht (leeg)12,7 ton
Dienstvaardig gewicht15,5 ton
Werk (stoom) druk12 atm. (kg/cm2)
Type stoomverdelingAllan
Stoommachine2 buitenliggende cilinders
Slaglengte: 400 mm
Middellijn: 280 mm
KetelTotaal verwarmd oppervlak: 28,5 m2
Roosteroppervlak: 0,5 m2
Geen oververhitter
Trekkracht2430 kgf. *
Max. snelheid45 kilometer per uur

* De afkorting kgf wordt gebruikt om aan te geven, wat het maximale gewicht is, dat vanuit stilstand kan worden verplaatst, gemeten vanaf de trekhaak. Dit getal heeft dus niets te maken met het totale treingewicht. Het heeft alleen waarde als vergelijkingsmiddel voor de verschillende locomotieven

Geschiedenis
1888-1973In dienst als rangeerlocomotief bij de firma W. Ernst Haas und Sohn in Sinn/Dillkreis
1973-1977Opgenomen in de collectie van de Museumsbahn Aschaffenburg
1978Overgebracht naar de Museumstoomtram te Hoorn
2007-2017Restauratie bij de Museumstoomtram

ONtdek meer