Personenrijtuig C205 van de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.
Werkspoor bouwde in 1911-1915, 51 vierassige rijtuigen IIe en IIle klasse, met „lantaarndak” (BC 38-78) gevolgd in 1916 door zes stuks met dichte balkons (C 201-206, alleen IIle klasse). De NTM had deze rijtuigen nodig voor haar in 3 periodes tussen 1882 en 1916 bijna 300 km grote aangelegde stoomtramnet, waarvoor uiteraard een groot wagenpark nodig was.

Lees verder…


Aan­vankelijk waren ze voorzien van houten langsbanken en gesloten balkons en werden ze speciaal voor scholieren-vervoer gebruikt. In 1935 werden de C 204 en 205 verbouwd om achter de Dieselloc 101 dienst te doen. Het interieur werd afgewerkt met gladde tri­plexplaten en stalen dwarsbanken, terwijl de buitenzijde crème geschilderd werd.

In 1938 werden de 203 en 206 op soortgelijke wijze verbouwd, met dien verstande, dat de ban­ken nu met blauw leer bekleed werden in plaats van met rood leer. Voor zover bekend werd bij de 203 nog een minder geslaagde proef genomen met inbouw van een radio­installatie.

In 1947 ging de hele serie naar de NS met uitzondering van de C 203, die nogal wat oorlogsschade had opgelopen.

Rond 1948 werden ze afgevoerd en enkele rijtuigen gingen als tuinhuisjes en schuren dienst doen. In 1967 werd één exemplaar gevonden in het Westland bij Den Hoorn en met veel moeite lukte het, het rijtuig d.m.v. een stukje smalspoor uit het weiland te halen.

Na de volledige restauratie werd de NTM C205 weer in dienst gesteld en doet nu nog regelmatig dienst in een van de historische trams van de Museumstoomtram. De NTM C205 heeft nu 2 afdelingen met elk 2 langs banken met 10 plaatsen. Totaal dus 40 derde klasse zitplaatsen. Op de balkons zijn 8 staanplaatsen. Het rijtuig verkeert nu in de staat die het tussen 1919 en 1935 had.

Specificaties
Bouwjaar1916
Gebouwd doorWerkspoor
Gebouwd voorNederlandse Tramweg Mij. (NTM)
Verworven1969
Staat van het objectDienstvaardig
LocatieHoorn
Lengte over buffers14088 mm
Breedte zonder richels 2100 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3335 mm
Spoorbreedte1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 38 (derde klasse -C-)
Aantal vaste staanplaatsen 16
Totaal aantal plaatsen 54
Geschiedenis
1916-1951In dienst als personenrijtuig
1951-1969Verkocht als woning naar Den Hoorn (Westland)
1969-1987Geschonken aan Tramweg Stichting en opgeslagen
1987-1995Overgebracht naar Hoorn en opgeslagen
1995Grote herstelling naar toestand 1926 en in dienst gesteld

ontdek meer

Personenrijtuig AB334 van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.

De maatschappij waarvoor dit rijtuig in dienst gesteld is, is de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM). Dit bedrijf bediende een uitgebreid lijnen net van stoomtrams, veerdiensten en later busdiensten op de Zuid Hollandse en Zeeuwse eilanden, zie de kaart, die hieronder weergegeven wordt.

De eerste series rijtuigen in dienst van de maatschappij waren van het vroege stoomtram type, met tondak, dan wel 2 assige ex paardetram rijtuigen en waren in gebruik op de normaalspoor stoomtramlijnen van de RTM tussen Rotterdam en Delfshaven/Schiedam. In 1904 deed de RTM afstand van dit net, het werd electrisch en kwam in eigendom bij de RET(M)

Ten behoeve van het tussen 1898 en ca. 1910 tot stand gekomen zeer uitgebreide smalspoor (1067mm) eilandennet van de RTM ten zuiden van Rotterdam waren veel rijtuigen nodig.

Dit in 1898 door fabrikant La Métallurgique geleverde rijtuig AB334 behoort tot de eerste serie van 10 stuks (AB 326-335) voor dit net en kan in feite beschouwd worden als het prototype van het “standaard type stoomtram rijtuig” van de Nederlandse stoomtramwegen. Op een achttal eersteklasserijtuigen na heeft de RTM alle rijtuigen voor haar “eilandennet” volgens dit ontwerp laten bouwen. De afleveringen liepen ongeveer parallel met de opening der opeenvolgende lijnen

Het model heeft, qua specificaties, veel gemeen met de stoomtramrijtuigen, als destijds in gebruik bij de Tweede Noord Hollandsche Tramweg Maatschappij op haar diensten in Noord Holland tussen Amsterdam en Alkmaar via Purmerend en naar (Volendam via) Edam. De wijzigingen daarop betroffen voor de RTM vooral het uiterlijk; rechte zijwanden, teakhouten bekleding en een gesloten balkon.  Een voorbeeld dat later door veel stoomtram maatschappijen werd gevolgd.

Het AB rijtuig beschikte over een eerste en een tweede klasse afdeling, eerste klasse met pluche kussens en de tweede, spartaans, op houten banken. De tram was tot 1930 een duur vervoermiddel en er werd door de reizigers, die zich dat -reizen- al konden permitteren, relatief veel in eerste klasse gereisd. (A staat voor eerste en B voor tweede klasse)

Wij mogen met dit rijtuig dus spreken van een “piece de resistance” als voorbeeld van een belangrijk punt in de ontwikkeling van de stoomtram in Nederland. Het wijkt ook enigszins af van de latere series standaardrijtuigen, het rijtuig is vanwege afwijkende draaistellen, ca. 10 cm. Lager.

Wij prijzen ons zeer gelukkig, dat wij dit rijtuig hebben kunnen verkrijgen en in haar oorspronkelijke glorie, maar naar normaalspoor omgespoord en technisch aangepast aan de eisen van het gebruik in onze zware dienst, hebben kunnen herbouwen. Het is het oudste in Nederland aanwezige en nog (weer) rijvaardige stoomtramrijtuig. 

Hieronder een indruk van wat fasen in het bestaan van dit rijtuig.

Specificaties
Cultuurhistorische waardering

B-status: Het rijtuig is een attractief onderdeel van de collectie door zijn opmerkelijkegeschiedenis als oudste representant van het Métallurgique rijtuigtype bekleed metschroten en voorzien van gesloten balkons

Bouwjaar1898
Gebouwd doorLa Métallurgique
Eigendom vanMuseumstoomtram
Staat van objectDienstvaardig
Lengte over buffers13800 mm
Breedte zonder richels2100 mm
Hoogte v.h. dak, zonder uitsteeksels2985 mm
SpoorbreedteOorspronkelijk 1067 mm, bij de Museumstoomtram 1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen14 eerste klasse (A), 29 tweede klasse (B)
Aantal vaste staanplaatsen24
Totaal aantal plaatsen67
Geschiedenis
1898Gebouwd door La Metallurgique -België, smalspoor 1067 mm 
1898-1949In dienst als personenrijtuig, deed tot 1949 vanuit Rotterdam dienst op de Zuid-Hollandse eilanden
1949Verkocht, werd tot 1955 douane kantoortje in Gelderland
1955

Bak staat op de Bakkersweg te Maarsbergen. Werd verhuurd aan een losarbeider. Deze had een huurcontract tot 1962, daarna moest de bak weg. Tijdens restauratie is het huurcontract van de periode in Maarsbergen gevonden

1962

Bak gaat naar Rijswijk (Gld), aanvankelijk als woning, later werd hij gebruikt voor opslag van auto-onderdelen van garagebedrijf Van Os

1996Bak geruild voor twee zeecontainers en overgebracht naar opslag Museumstoomtram in Beverwijk
1998Overgebracht naar opslag in Zwaag, later Hoorn
2011Bak geheel gedemonteerd, aanvang restauratie
2015Op 27 maart 2015 is het rijtuig rijvaardig opgeleverd en op 14 mei (Hemelvaartsdag) in dienst genomen

ontdek meer

Personenrijtuig AB341 van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.

Rijtuig AB341 behoorde tot de derde serie rijtuigen die door La Métallurgique voor de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) zijn vervaardigd, de nummers AB338 – AB345.

Deze rijtuigen waren nodig ten behoeve van het eilanden net, de lijnen ten zuiden van Rotterdam. De RTM bestelde een groot aantal rijtuigen van dit model, waarbij de maatschappij de trend had gezet voor dit Nederlandse rijtuigmodel met haar eerste proefserie AB326-AB335 uit 1898, van welke serie prototypes wij de 334 inmiddels in gebruik hebben. Uiteindelijk kan gesteld worden dat dit het standaard type Nederlands stoomtramrijtuig is geworden, hetgeen door de meeste Nederlandse fabrieken van spoor-en tramweg materieel is gebouwd.

Net als de 334 is dit rijtuig uit de dienst, in gebruik genomen als woning, in dit geval aan de Lage Dijk in Charlois in Rotterdam, waar het, met een aantal andere ex “OV” bakken, een dorpje vormde, dit rijtuig was het laatste restant hiervan. De laatste eigenaar/bewoner had bepaald dat het rijtuig na zijn dood aan de Stoomtram Hoorn Medemblik geschonken moest worden.

Wij hebben dit geschenk uiteraard in dank ontvangen en de bak is in 1999 door ons opgehaald in Charlois en wacht nu op restauratie in de opslag in Benningbroek.

Hieronder een indruk van de diverse stadia van ontwikkeling rondom deze serie en dit rijtuig in het bijzonder. Het oude interieur is niet het oorspronkelijke, voor die uitvoering zie 334, maar de gerenoveerde versie (in casu de 342), maart 1946.

 

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingC status
Bouwjaar1900
Gebouwd doorFa. Métallurgique
Gebouwd voorRotterdamse Tramweg Mij. (RTM)
Verworven1999
Staat van objectWacht op restauratie.
LocatieBenningbroek (opslagdepot)
Lengte over buffers 13940 mm
Breedte zonder richels2100 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels3150 mm
Spoorbreedteoorspronkelijk 1067 mm, bij SHM “om te sporen” naar 1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 14 (eerste klasse -A-) 29 (tweede klasse -B-)
Aantal vaste staanplaatsen 24
Totaal aantal plaatsen67
Geschiedenis
1900-1950In dienst als personenrijtuig
1950-1999Verkocht als woning naar Rotterdam
1999Geschonken aan Museumstoomtram en opgeslagen in afwachting van restauratie
2015Opgeslagen in Benningbroek, in afwachting van restauratie

ontdek meer

Personenrijtuig AB370 van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.

De AB370 (AB360-374, in dienst in 1905) behoorde tot de zevende serie in lijn, sinds de introductie van het model in 1898 (ons rijtuig 334 is één uit de proto-serie van 10)  en dit rijtuig is onderdeel van de tweede serie die door Haine voor de RTM geproduceerd werd.

Op een achttal eersteklasse rijtuigen na heeft de RTM alle rijtuigen voor haar “eilandennet” volgens dit ontwerp laten bouwen. De afleveringen liepen ongeveer parallel met de opening der opeenvolgende lijnen. De indiensstelling van deze serie loopt mee met de ingebruikname van het net op Voorne-Putten, het “duo-eiland” ten zuiden van Rotterdam onder de Nieuwe Maas.

Bij de opheffing van de RTM werd dit rijtuig verkocht aan de Tramweg Stichting, een stichting die zich sterk maakt voor het behoud, herstel en de exploitatie van historisch Nederlands trammaterieel. Het rijtuig werd, zoals zoveel materieel van deze Stichting opgeslagen in Hoorn.

In 1973 werd de eerste klasse van dit rijtuig door de vrijwilligers van de inmiddels opgerichte Stoomtram Hoorn- Medemblik verbouwd tot buffet ruimte, welke verbouwing in 1977 ongedaan werd gemaakt, het werd weer een eerste klasse afdeling. Het rijtuig heeft aldus dienstgedaan tot 1985, in de wacht voor een grote beurt.

De grote herstelling vond plaats in onze werkplaats in Hoorn in 1995, waarna het rijtuig weer in dienst werd gesteld. Een vijftien tal jaren later bleek dat de rijtuigbak (oftewel de carrosserie) inmiddels ook extra attentie behoefde, zodat de wagen in 2011 weer in de loods ingenomen werd voor groot herstel aan die bak.

In maart 2013 was het hele rijtuig weer in tip top conditie en werd het weer in gebruik genomen.

Hieronder een serie foto’s uit het leven van dit rijtuig en de serie waartoe het behoorde.

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingC status
Bouwjaar1905
Gebouwd doorHaine St. Pierre
Gebouwd voorRotterdamsche Tramweg Mij. (RTM)
Verworven1966
Staat van objectDienstvaardig
LocatieHoorn
Lengte over buffers 13940 mm
Breedte zonder richels2100 mm 
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3150 mm
SpoorbreedteOorspronkelijk 1067 mm, bij de Museumstoomtram 1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 14 (eerste klasse -A-) 29 (tweede klasse -B-)
Aantal vaste staanplaatsen  24
Totaal aantal plaatsen  67
Geschiedenis
1905-1966In dienst als personenrijtuig op de tramlijnen naar de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden vanuit Rotterdam
1966-1973Verkocht aan Tramweg Stichting en opgeslagen in Hoorn
1973Grote herstelling, waarbij 1e-klasse is omgebouwd tot buffet
1977Buffet vervangen door 1e-klasse interieur
1985Buiten dienst gesteld
1995Grote herstelling en in dienst gesteld bij de Museumstoomtram
2011In werkplaats Hoorn voor groot onderhoud aan rijtuigbak
2013Begin maart uit werkplaats en weer in dienst genomen

ontdek meer

Personenrijtuig AB395 van de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (v/h.Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg -TBC- AB 2)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.

 

De fabrikant Allan leverde dit rijtuig in 1906 als onderdeel van een serie van zes aan de Tramlijn Tiel-Buren- Culemborg (TBC) -AB1- AB6-, vijf van deze rijtuigen zijn door de RTM overgenomen na het opheffen van de TBC.

De TBC volgde bij de keus van het rijtuigtype voor haar lijn Tiel -Culemborg de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De zes rijtuigen die zij in dienst stelde, werden in 1918, toen de TBC haar bedrijf had opgeheven overgenomen door de RTM, die destijds dringend om een aantal rijtuigen verlegen zat. Met die aankoop verkreeg zij een aanvulling die uitstekend bij haar eigen rijtuigen paste en kwalitatief nog wel iets beter was.

Dat de RTM behoefte had aan rijtuigen, blijkt wel uit het feit dat zij deze TBC-rijtuigen, namelijk de AB 1-2 en AB4-6, in gebruik nam voordat er de voor hen bestemde nummers uit de reeks AB 394-399 op waren aangebracht. De goede kwaliteit van deze rijtuigen heeft er zeker toe bijgedragen dat zij tot het eind van de tramwegexploitatie in 1966 bij de RTM dienst hebben gedaan, de laatste jaren uiteraard uitsluitend in motortrams.

Er waren in deze rijtuigen 14 zitplaatsen eerste klasse en 29 tweede.

Na de tweede wereldoorlog heeft de RTM ook in deze rijtuigen het interieur gewijzigd, hetgeen resulteerde in een vermindering van het aantal zitplaatsen in de ene afdeling tot 12 en in de andere tot 24 (eenpersoons dwarsbanken in plaats van de langs bank)

Na hun afvoer in 1966 zijn de zes rijtuigen opgenomen in de collectie van de Tramweg-Stichting. De AB 395 werd in 1976 na wijziging van de draaistellen voor 1435 mm-spoor bij het rijtuigpark van de Museumstoomtram gevoegd. De andere vijf bevinden zich in het Rijdend Tram Museum te Hellevoetsluis.

Voor de dienst in motortrams had de RTM in de jaren dertig enkele van deze rijtuigen voorzien van o.a. Rosé-kachels. Daarom stonden er schoorsteentjes op het dak. De vultrechters zijn op onderstaande tweede foto (RTM tijd) te zien bij de stelbalk .

Specificaties

Cultuurhistorische waardering

C status
Bouwjaar1906
Gebouwd doorFa. Allan
Gebouwd voorStoomtram Tiel-Buren-Culemborg (TBC)
Verworven1966
Staat van objectIn afwachting restauratie tot TBC2
LocatieHoorn
Lengte over buffers13940 mm
Breedte zonder richels 2100 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3470 mm
SpoorbreedteOorspronkelijk 1067 mm, bij de Museumstoomtram 1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 14 (eerste klasse -A-) 29 (tweede klasse -B-)
Aantal vaste staanplaatsen 24
Totaal aantal plaatsen 67
Geschiedenis
1906 In dienst als personenrijtuig AB2 bij TBC
1918 Verkocht aan Rotterdamsche Tramweg Mij. (RTM)
1965 Buiten dienst gesteld
1966 Verkocht aan Tramweg Stichting en opgeslagen in Hellevoetsluis
1971 Overgebracht naar Hoorn
1976 In dienst gesteld na grote herstelling
Heden In afwachting restauratie tot TBC 2


ontdek meer

Personenrijtuig NS BC423 van de Nederlandse Spoorwegen ('Dikke rijtuigen')

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.
De fabrikant Werkspoor leverde dit rijtuig in 1920 als onderdeel van een serie van 20 door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) bestelde maar deels direct aan de HSM (later NS) doorgeleverde rijtuigen

Het rijtuig is één van de drie rijtuigen in het bezit van de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik, overgebleven uit deze serie, besteld door de NTM, om aan de verwachte toeneming van het reizigervervoer in Friesland het hoofd te kunnen bieden, de serie was genummerd BC79-BC98.

Deze rijtuigen waren voor trammaterieel breed uitgevoerd, vandaar ook de latere bijnaam, dat “brede/dikke” gaf ze een grotere capaciteit. Ze waren verdeeld in een tweede en derde klasse afdeling. -24 zitplaatsen tweede (B) klasse en 32 derde (C) klasse.

Lees verder…


De aanschaf van deze rijtuigen betekende een grote kostenpost voor de NTM en omdat, ten tijde van de bestelling een nieuwe, nooit gerealiseerde, lijn (Smilde –Roden) in de planning opgenomen was, werden zeven rijtuigen uit deze serie nog vóór in dienst stelling bij de NTM door de HSM (voorganger van de latere NS) overgenomen. Dit waren de rijtuigen die bij de NTM de nummers BC92-BC98 zouden hebben gekregen. De HSM nummerde ze 90-96 en na de fusie van 1921 werden ze in het NS schema opgenomen als BC421-BC427. Dit rijtuig is er dus één uit deze serie.

Door wijziging van de B- in een C-afdeling werden de nummers in 1926 gewijzigd naar C421-427 (geheel derde klasse). Zij werden ingezet op de tramlijnen naar Bergen aan Zee en Wageningen.

Dit rijtuig is in 1955, na de de sluiting van de tramlijn Alkmaar –Bergen aan Zee door NS afgevoerd.

De bakken van de C423, C425 en BC87 (NTM…later NS BC455) zijn later teruggevonden en voor restauratie aan de collectie van de Museumstoomtram gevoegd. Inmiddels maakt de restauratie van het rijtuig grote vorderingen. Dit is het eerste rijtuig dat in het kader van het project Tram voor Bello wordt aangepakt. In oktober 2024 kon de restauratie ervan worden afgerond. Samen met locomotief NS 7742 Bello en NS 6513, alsmede  bagagewagen NS Dt406 (ex NTM E137), kunnen dan tramstellen worden samengesteld, zoals die gereden hebben op de lijnen:

Alkmaar – Bergen aan Zee

Ede – Wageningen

.
Specificaties
Cultuurhistorische waardering

Het rijtuig heeft in het Register Railmonumenten een A-status gekregen. In combinatie met locomotief NS7742 (Bello), de rijtuigen BC425, BC87/BC455 en Dt406 vormt het rijtuig een A-status als kompleet ensemble Bello-stoomtram

Bouwjaar1920
Gebouwd doorWerkspoor
Gebouwd voorHollandsche IJzeren Spoorweg-Mij. (HSM), na de fusie (1937) Nederlandsche Spoorwegen (NS) 
Verworven1994
Staat van objectIn restauratie
LocatieWerkplaats Hoorn (Bello Atelier)
Lengte over buffers13940 mm
Breedte zonder richels2916 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3650 mm
Spoorbreedte1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 24 (tweede klasse -B-) 32 (derde klasse -C-)
Aantal vaste staanplaatsen 20
Totaal aantal plaatsen76
Geschiedenis
1920-1948 Oorspronkelijk besteld door de NTM, maar waren al gelijk boventallig en overgenomen door, en in dienst gesteld als personenrijtuig bij, de HSM en later bij NS (oorspronkelijke nummering NTM: BC 94, HSM  BC92) NS. Nr. (B)C423
1948-1994 Verkocht en als woning in gebruik te Westerland op Wieringen
1994 Geschonken aan de Museumstoomtram
2003 Voor opslag naar Beverwijk gebracht
2004 – 2014 Overgebracht naar Hoorn
2016 – 2024 Voorbereiding van de restauratie als onderdeel van het project TRAM VOOR BELLO, in 2019 in uitvoering genomen. In 2024 afgerond.

ontdek meer

Personenrijtuig NS BC425 van de Nederlandsche Spoorwegen ('Dikke rijtuigen')

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.
De fabrikant Werkspoor leverde dit rijtuig in 1920 als onderdeel van een serie van 20 door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) bestelde maar deels direct aan de HSM (later NS) doorgeleverde rijtuigen

Het rijtuig is één van de drie rijtuigen in het bezit van de Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik, overgebleven uit deze serie, besteld door de NTM, om aan de verwachte toeneming van het reizigervervoer in Friesland het hoofd te kunnen bieden, bij de NTM waren ze genummerd BC79-BC98

Deze rijtuigen waren voor trammaterieel breed uitgevoerd, vandaar ook de latere bijnaam, dat “brede/dikke” gaf ze een grotere capaciteit. Ze waren verdeeld in een tweede en derde klasse afdeling. -24 zitplaatsen tweede (B) klasse en 32 derde (C) klasse

Lees verder…


De aanschaf van deze rijtuigen betekende een grote kostenpost voor de NTM en omdat, ten tijde van de bestelling een nieuwe, nooit gerealiseerde, lijn (Smilde –Roden) in de planning opgenomen was, werden zeven rijtuigen uit deze serie nog vóór in dienst stelling bij de NTM door de HSM (voorganger van de latere NS) overgenomen. Dit waren de rijtuigen die bij de NTM de nummers BC92-BC98 zouden hebben gekregen. De HSM nummerde ze 90-96 en na de fusie van 1921 werden ze in het NS schema opgenomen als BC421-BC427. Dit rijtuig is er dus één uit deze serie.

Door wijziging van de B- in een C-afdeling werden de nummers in 1926 gewijzigd naar C421-427 (geheel derde klasse). Zij werden ingezet op de tramlijnen naar Bergen aan Zee en Wageningen.

Dit rijtuig is in 1955, na de de sluiting van de tramlijn Alkmaar –Bergen aan Zee door NS afgevoerd.

De bakken van de C423, C425 en BC87 (NTM…later NS BC455) zijn later teruggevonden en voor restauratie bij de verzameling van de Museumstoomtram gevoegd. Inmiddels, 2024, zijn wij hier al een stuk in gevorderd, dit is het derde museumstuk dat in het kader van het project Tram voor Bello wordt aangepakt (2024). Samen met Bello en NS6513, alsmede  bagagewagen NS Dt406 (ex NTM E137), kunnen dan tramstellen worden samengesteld, zoals die gereden hebben op de lijnen:

Alkmaar – Bergen aan Zee

Ede – Wageningen

Specificaties
Cultuurhistorische waardering

Het rijtuig heeft in het Register Railmonumenten een A-status gekregen. In combinatie met locomotief NS7742 (Bello), de rijtuigen BC423, BC87/BC455 en Dt406 vornt het rijtuig een A-status als kompleet ensemble Bello-stoomtram

Bouwjaar1920
Gebouwd doorWerkspoor
Gebouwd voorNTM, overgenomen tijdens de bouw door Hollandsche IJzeren Spoorweg-Mij. (HSM), na de fusie (1937) Nederlandsche Spoorwegen (NS) 
Verworven1971
Staat van objectIn restauratie
LocatieOpslag Hoorn
Lengte over buffers13940 mm
Breedte zonder richels 2916 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels3650 mm
Spoorbreedte1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen24 (tweede klasse -B-) 32 (derde klasse -C-)
Aantal vaste staanplaatsen20
Totaal aantal plaatsen76
Geschiedenis

1920-1954

Oorspronkelijk besteld door de NTM, maar was al gelijk boventallig en direct overgenomen door, en in dienst gesteld als personenrijtuig bij de HSM en later bij NS (oorspronkelijke nummering NTM: BC 96, HSM 94) NS nr. (B)C425

1954-1971 Verkocht als zomerhuis naar Bergen (NH)
1971-2014 Geschonken aan Tramweg Stichting; later naar Museumstoomtram en overgebracht naar opslag
2016 – 2019 Overgebracht naar Hoorn. Voorbereiding van de restauratie als onderdeel van het project TRAM VOOR BELLO, in 2019 in uitvoering genomen. Fysiek werk 2024 aangevangen

ontdek meer

Personenrijtuig BC87 van de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij (NTM), later NS BC455

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.
De fabrikant Werkspoor leverde dit rijtuig in 1920 als onderdeel van een serie van  dertien aan de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) -BC79-BC91-, de rest van de oorspronkelijk bestelde serie van twintig (BC92-BC98) is direct overgenomen door de HSM (later NS)

Dit rijtuig is één van de drie rijtuigen in het bezit van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik, die overgebleven zijn uit deze serie, besteld om aan de verwachte toeneming van het reizigervervoer in Friesland het hoofd te kunnen bieden, ze waren genummerd BC79-BC98

Lees verder…

Deze rijtuigen waren voor trammaterieel breed uitgevoerd, vandaar ook de latere bijnaam, dat “brede/dikke” gaf ze een grotere capaciteit. Ze waren verdeeld in een tweede en derde klasse afdeling. -24 zitplaatsen tweede (B) klasse en 32 derde (C) klasse

De NTM heeft de BC79-91 bijna uitsluitend gebruikt op de lijnen Drachten – Leeuwarden en Drachten – Groningen.

De BC84 werd in 1944 afgevoerd. De overige werden na de beeindiging van het reizigersvervoer per tram bij de NTM overgenomen door de NS en vernummerd in C431-434 (BC79, BC82-83 en BC90) en BC451-458 (BC80-81, BC85-89 en BC91). Hieruit volgt dat BC87 in 1946 bij NS het nummer BC455 heeft gekregen

Bij de NS werd als eerste “dikke” rijtuig in 1947 de C426 afgevoerd. In 1955 geschiedde dit na de de sluiting van de tramlijn Alkmaar –Bergen aan Zee met de verdere rijtuigen C421-425, C427, C431-434 en BC451-458.

De bakken van de C423, C425  en BC455 (NS, voorheen NTM BC87) zijn later teruggevonden en voor restauratie bij de verzameling van de Museumstoomtram gevoegd. Dit is het tweede rijtuig dat in het kader van het project Tram voor Bello wordt aangepakt (2024). Samen met locomotief NS 7742 Bello en NS 6513, alsmede  bagagewagen NS Dt406 (ex NTM E137), kunnen dan tramstellen worden samengesteld, zoals die gereden hebben op de lijnen:

Alkmaar – Bergen aan Zee

Ede – Wageningen

 

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingHet rijtuig heeft in het Register Railmonumenten een B-status gekregen. In combinatie met de rijtuigen BC423, BC425 en Dt406 heeft het rijtuig een A-status als ensemble Bello-stoomtram
Bouwjaar1920
Gebouwd doorWerkspoor
Gebouwd voorNederlandsche Tramweg Mij. (NTM)
Verworven1998
Staat van objectIn restauratie
LocatieWerkplaats Hoorn (Bello Atelier)
Lengte over buffers 13940 mm
Breedte zonder richels2916 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3650 mm
Spoorbreedte1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen24 (tweede klasse -B- ), 32 (derde klasse -C- )
Aantal vaste staanplaatsen 20
Totaal aantal plaatsen 76
Geschiedenis
1920-1950 In dienst als personenrijtuig op het tramnet van de NTM in Friesland en omgeving. In de laatste jaren bij NS (als BC 455) Alkmaar-Bergen aan Zee
1950-1966 Verkocht als woning naar Bergen (Limburg)
1966-1998 Verkocht als vakantiewoning naar Wychen
1998 Verkocht aan SHM en opgeslagen in Hoorn
2003 Afgevoerd naar opslag
2010 Op 14 juni 2010 is de wagenbak door een brand op het emplacement Hoorn zwaar beschadigd
2016 – 2019 Overgebracht naar Hoorn. Voorbereiding van de restauratie als onderdeel van het project TRAM VOOR BELLO. In 2019 in uitvoering genomen. Fysiek werk 2024 aangevangen

ontdek meer

Geschiedenis van de stoomtram in Nederland

De ontwikkeling van de stoomtram in ons land, is niet los te zien van die van de spoorwegen. De financiering van de spoorwegen wordt in Nederland aan het particuliere initiatief overgelaten. In dit land van goede waterwegen komen deze investeringen relatief laat op gang, maar in 1839 rijden de eerste treinen tussen twee belangrijke Nederlandse steden: Amsterdam en Haarlem. De aanleg van nieuwe spoorlijnen stagneert echter nadat enkele belangrijke en vooral winstgevende verbindingen in ons land en naar het omringende buitenland voltooid zijn. De overheid ziet zich daarom genoodzaakt vanaf 1860 zelf de aanleg van belangrijke spoorwegverbindingen ter hand te nemen, die overigens wel in exploitatie gegeven worden aan particuliere maatschappijen.

Lees verder…

Opkomst

Het vervoer in Nederland moet voor de komst van het spoor niet alleen over waterwegen, maar ook over slechte onverharde wegen plaatsvinden. En dat terwijl de vraag naar vervoer snel toeneemt, vooral als rond 1870 de Industriële Revolutie ook in ons land doordringt. Het snelle en comfortabele spoorwegverkeer is de oplossing, maar railverbindingen tussen minder belangrijke plaatsen krijgen nauwelijks aandacht van investeerders en de overheid. De verwachte geringe vervoersomvang rechtvaardigt de grote investeringen die nodig zijn voor dergelijke lokale spoorwegverbindingen niet.

De oplossing ligt echter in een nieuwe technische ontwikkeling, die net als de spoorwegen in Engeland is ontstaan: de tram. De tram is eigenlijk niets anders dan een licht en eenvoudig uitgevoerde trein, waarvoor de benodigde infrastructuur veel eenvoudiger kan worden gehouden dan bij een gewone trein het geval is. Investeerders en over-enthousiaste initiatiefnemers uit kleinere plaatsen hoeven in dit geval minder te investeren in verbindingen waarop het vervoer relatief gering zal blijven en zo wordt het voor hen interessant om de tram in ons land te introduceren. De paardentram speelt met name in de grote steden al enige tijd een belangrijke rol als opvolger van de aloude omnibusdiensten (zeg maar koetsen met paarden), maar de nieuwe stoomtram gaat vanaf 1 juli 1879 voor een echte doorbraak zorgen in het ontsluiten van grotere gebieden. Tussen Den Haag en Scheveningen rijden vanaf dat jaar de trams en een jaar later volgt de verbinding Breda-Oosterhout. De overheid stimuleert opnieuw particuliere investeerders: nog in 1878 worden de strenge regels geldend voor spoorwegen, niet van toepassing verklaard op licht materieel dat slechts met beperkte snelheid rijdt. De eenvoudige spoorlijntjes voor de korte afstand, de tramlijnen dus, schieten vervolgens als paddestoelen uit de grond. Zij worden veelal langs de bermen van wegen aangelegd en worden bereden met lichte en kleine locomotieven en wagens.

Eind 1882 zijn er al dertig trambedrijven, waarvan er achttien van stoomtractie gebruik maken. Een aantal dat de jaren daarna gestaag zal toenemen, daarbij geholpen door renteloze leningen van de overheid.

Ontwikkeling

Technische en economische ontwikkelingen gaan ook aan de stoomtram niet voorbij. Trams worden net als alle andere vervoermiddelen zwaarder en sneller, maar zijn nog steeds overgeleverd aan provincies, gemeenten en wegbeheerders, die voor een veelheid aan regels zorgen. Het in werking treden van een nieuwe wet in 1902 is nodig, om hierin eindelijk structuur te brengen en tramlijnen voor hogere snelheden toe te laten. In 1920 wordt de wet nogmaals gewijzigd en worden tramlijnen en lokale spoorlijnen min of meer aan elkaar gelijk gesteld. Mochten de oudste stoomtrams slechts
15 kilometer per uur rijden, nu kunnen tramlijnen worden aangelegd voor 45 kilometer per uur.

Al in die tijd begint het gunstige tij voor de trambedrijven te keren. Niet alleen door de opkomst van gemotoriseerd wegvervoer, waardoor het veel eenvoudiger wordt mensen en goederen snel van deur tot deur te brengen in plaats van halte naar halte, maar ook doordat de toch al hoge loon- en brandstofkosten als gevolg van de Eerste Wereldoorlog sterk toenemen. Pogingen om de trambedrijven met meer overheidssubsidies te steunen en te moderniseren (zoals door de toepassing van motortrams of zelfs electrificatie) hebben in sommige gevallen nog wel enig effect, maar voorkomen niet dat de groei van het tramwegennet in Nederland nog voor 1930 afloopt. In de daarop volgende Economische Crisisjaren zet het verval definitief in.

Het streekvervoer in Nederland en de buurlanden wordt steeds meer beheerst door bussen, vrachtauto’s en fietsen. Er komt een Commissie voor het Tramwegvraagstuk, die samenwerking en goede coördinatie met het wegvervoer voorstelt. Trambedrijven in Drenthe, Noord- en Zuid-Holland, Gelderland en Noord-Brabant gaan de krachten bundelen. In deze laatste provincie verdwijnt het totaal verouderde tramwegennet het eerst, maar spoedig daarna zullen ook de verbindingen in de andere provincies volgen.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog komt het wegvervoer door de algehele brandstofschaarste stil te liggen. De nog overgebleven trambedrijven krijgen nu een enorm vervoersaanbod te verwerken. Deze wederopleving is echter van korte duur. In de jaren na de oorlog keert het wegvervoer terug en ondanks de sterk toenemende vraag naar vervoer is het met de stoomtram gedaan. De laatste (motor)tram op een interlokale stoomtramverbinding rijdt op 14 februari 1966. Op die datum staakt de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij definitief de tramdiensten.

Stoomtrams in cijfers

Rond 1925 heeft het tramwegennet in ons land zijn maximale omvang van 3000 kilometer bereikt, geëxploiteerd door tientallen bedrijven. Ter vergelijking: op dat moment ligt er ook 3800 kilometer spoorweg in ons land. Het grootste stoomtrambedrijf is de Nederlandsche Tramweg-Maatschappij, die in Friesland en omgeving een net van honderden kilometers tramlijn exploiteert. De kleinste, de Stoomtramweg-Maatschappij Amsterdam-Sloterdijk, hield jaren eerder met haar twee locomotiefjes korte tijd de dienst gaande op de 2500 meter rails tussen beide plaatsen.

ontdek meer

Personenrijtuig 1502 van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij (LTM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.
De fabrikant Beynes leverde dit rijtuig in 1922 als onderdeel van een serie van 10 door de Limburgsche Tramweg-Maatschappij (LTM) bestelde rijtuigen.

Voor de normaalspoorstoomtramlijnen in Zuid-Limburg bestelde de LTM deze vergrote versie van het type rijtuigen zoals die bij haar voorganger de CLS (Centrale Limburgsche Spoorweg – Stoomtramweg- Maatschappij) al enige jaren in gebruik waren.

Lees verder…


In overeenstemming met het lokaalspoorkarakter van die lijnen stonden deze rijtuigen nogal hoog op de draaistellen, zodat het een hele klim was erin te komen. Ze zijn dan ook voor “tram” rijtuigen wat aan de grote kant.

Dit model rijtuig (CLS) was op zich weer een verdere ontwikkeling van het “nieuwe Beijnes type”, dat vanaf 1915 in dienst werd gesteld bij de OG (Stoomtramweg maatschappij “Oostelijk Groningen”), waarvan de Museumstoomtram er onder nummer BC27 eveneens één in haar bezit heeft, bij deze eerdere serie hadden de balkons een andere vorm.

De 1501-1510 bezaten een afdeling met 16 zitplaatsen en één met 32, beide tweede klasse.

In 1930 werd in enkele rijtuigen een ruimte voor post en bagage ingericht, zo ook in de 1502.

Naast rijtuig 1502 beschikt de SHM ook nog over rijtuig 1504, na restauratie zal er met deze rijtuigen tesamen met de rijvaardige Hanomag loc. 26 een kompleet LTM tramstel op de rails gezet kunnen worden.

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingB-status register railmonumenten
Bouwjaar1922
Gebouwd doorFa. Beynes
Gebouwd voorLimburgsche Tramwegmij. (LTM)
Verworven1997
Staat van objectWacht op restauratie
LocatieBenningbroek
Lengte over buffers15180 mm
Breedte zonder richels3110 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels3960 mm
Spoorbreedte1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen48 (tweede klasse -B- ), na verbouwing met postbageruimte: 32
Aantal vaste staanplaatsen28
Totaal aantal plaatsen 76, na verbouwing, zie boven, 60
Geschiedenis
1922-1930In dienst als personenrijtuig
1930-1938In dienst als personenrijtuig met postbagage-afdeling
1938Buiten dienst gesteld
1940-1997Verkocht als opberghok naar Grevenbricht
1997Verkocht aan SBM en opgeslagen in Hoorn
2015In afwachting van restauratie opgeslagen in Benningbroek

ontdek meer