Het Seinhuis op emplacement Hoorn

Het seinhuis van de Museumstoomtram Hoorn Medemblik stond oorspronkelijk in Kesteren. Het werd in 1897 gebouwd in opdracht van de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij bij de aansluiting van de spoorlijn naar Amersfoort op de lijn Nijmegen – Geldermalsen – Dordrecht. Vermoedelijk is het een standaard-type.

Lees verder…

Herbouw
Direct na de buitendienststelling van de klassieke beveiliging in juni 1983 is het seinhuis door medewerkers van de Museumstoomtram gedemonteerd. In het begin van 1985 is begonnen met de herbouw in Hoorn. Daarbij is gebruik gemaakt van tekeningen van een soortgelijk seinhuis. Gedurende het project is veel houtwerk vernieuwd. De beschadigingen van een beschieting in 1944 bleken soms maar provisorisch te zijn hersteld.
Een paar planken met authentieke gaten zijn bewaard als tentoonstellingsobject.

Interieur
Het interieur van het seinhuis in Hoorn is zoveel mogelijk intact gerestaureerd in de oorspronkelijke toestand. De treindienstleider controleert vanuit het seinhuis de tramdienst tussen Hoorn en Medemblik en de seinhuiswachter bedient met het handeltoestel de seinen en wissels op het emplacement in Hoorn. Op de meeste dagen zijn deze functies overigens in één persoon gecombineerd.

ontdek meer

Werkplaats Hoorn

In Hoorn bevindt zich de werkplaats waar de Museumstoomtram de collectie rollend materieel restaureert, stalt en inzet in de tramdienst.

Lees verder…


De werkplaats is gebouwd rond 1930 als rijtuigloods voor motorwagens, die vanaf die periode dienst gingen doen op de lokaalspoor- en tramwegen rond Hoorn. Het gebouw is eigendom van de Museumstoomtram en zal vanaf 2017 ingrijpend verbouwd worden, onder andere dankzij een bijdrage mogelijk gemaakt door de deelnemers van de BankGiroLoterij.

ontdek meer

Tramstation Hoorn

Oorspronkelijk vertrokken de treinen naar Medemblik vanaf het huidige spoorwegstation in Hoorn. Aan de noordzijde – waar zich nu het terrein van de Museumstoomtram bevindt – lag het goederenemplacement en was geen station. De Museumstoomtram begon zijn activiteiten met een klein gebouw en perron aan de Koepoortsweg. Nadat het perron werd verlegd naar het emplacement werd in 1987 begonnen met de bouw van een stenen gebouw. Dankzij een Extra Project Bijdrage mogelijk gemaakt door de deelnemers van BankGiro Loterij, kon het verder uitgebreide en gereconstrueerde tramstation in 2016 worden geopend.

Lees verder…


Tramstation Hoorn is dus een nieuw gebouw dat in feite alle elementen in zich heeft van een historisch stoomtramstation. Het ontwerp is gebaseerd op het tramstation van Coevorden, dat in 1900 werd gebouwd voor de Dedemsvaartsche Tramweg-Maatschappij. Dat gebouw bestaat overigens nog steeds. Qua grootte en type paste het ontwerp van dit gebouw het best in de Hoornse omgeving en bij de andere stations. Het interieur bestaat uit een houten loket in de centrale hal, met in beide vleugels respectievelijk tentoonstelling De Tijdlijn en de Stationsrestauratie. Buiten bevindt zich een houten luifel. Eronder en op het stationsplein zijn werkende gaslantaarns geplaatst. Aan de gevel hangen emaille reclameborden van historisch model. De kleuren van het gebouw werden aan het begin van de twintigste eeuw ook gebruikt in en rond de stations tussen Hoorn en Medemblik.

Voorts is een kiosk gebouwd, naar het voorbeeld van een dienstgebouw van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij, van waaruit de Museumstoomtram De Stoomsafari verzorgd. Het plein is van kleine steentjes voorzien en de toiletten zijn in een apart retiradegebouw ondergebracht. Bovenin het gebouw bevinden zich de kantoren van het museum.

Op onderstaande foto’s is Hoorn Tramstation te zien in 2016, 2013 en 1983 (voormalig haltegebouw Koepoortsweg).

ontdek meer

Personenrijtuig eerste klasse van de Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM)

Houten personenrijtuig op twee vaste assen.
In 1890 begon de Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM) een tramdienst tussen Breda en Oudenbosch. In de jaren erna werd het lijnennet van het bedrijf verder uitgebreid over het westen van de Provincie Noord-Brabant. Het rijtuig – waarvan we het historische nummer nog niet exact kennen – behoorde tot de eerste rijtuigen die bij het bedrijf gingen rijden. Het heeft een aantal bijzonderheden. Het behoort tot de oudste type kleine stoomtramrijtuigen op twee assen, waarvan er verder geen een bewaard is gebleven en het rijtuig was een volledig eerste klasse rijtuig. Verdeeld over twee afdelingen bood het 16 zitplaatsen en 6 staanplaatsen. Het rijtuig was voorzien van petroleumverlichting en een sierlijk potkacheltje. De ZNSM had uiteindelijk tien van deze kleine eerste klasse rijtuigen in dienst.

Lees verder…


In 1934 gingen de stoomtrambedrijven in Noord-Brabant samenwerken in de Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten BBA. Al snel werden de verouderde tramlijnen opgeheven. Het rijtuig werd in 1935 aan een particulier verkocht in Waalwijk en kwam als tuinhuis in Kaatsheuvel terecht, waar het tot 2016 in een opvallend complete staat onderhouden werd. In het rijtuig bevindt zich het gehele interieur, dat in die periode in het rijtuig aanwezig was.

Zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=AQHPdNX2_k8

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingIn afwachting
Kerncollectie?In afwachting
Bouwjaar1890
Gebouwd door

Métallurgique, Nijvel (België)

Gebouwd voorZuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM)
Verworven2016
Staat van het objectStatisch museumstuk
Huidige locatieHoorn
Lengte over buffers7144 mm
Breedte zonder richelsca. 1960 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteekselsca. 3005 mm
Spoorbreedte1067 mm
Aantal vaste zitplaatsen  16 eerste klasse (later i.v.m. plaatsing potkachel minder)
Aantal vaste staanplaatsen  6
Totaal aantal plaatsen 22 (later minder)
Geschiedenis
1890-1935in dienst als personenrijtuig
1935-2016verkocht voor gebruik als tuinhuis aan particulier in Kaatsheuvel
2016 Geschonken aan de Museumstoomtram en overgebracht naar Hoorn
2017-Tentoongesteld in Hoorn als representant van de beginjaren van de Stoomtram in Nederland

ontdek meer

Personenrijtuig AB8 van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij (ZVTM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.


Rijtuig AB8 werd in 1916 door Allan geleverd aan de Zeeuws-Vlaamse Tramweg-maatschappij (ZVTM). Het rijtuig verzorgde als gecombineerd eerste en tweede klasse rijtuig het reizigersvervoer op het in de jaren 1914-1928 door de ZVTM in Zeeuws­-Vlaanderen in exploitatie gebrachte dichte tramnet. Het deed dienst tot in de Tweede Wereldoorlog en kwam niet ongeschonden uit de strijd. Dit was één van een serie van 16 rijtuigen die fabrikant Allan bouwde voor de ZVTM (AB 1-16), van het model dat eerder voor de lijn Zwolle – ­Blokzijl van de Spoorweg- Maatschappij Zwolle-Blokzijl -ZB- (later Nederlandsche Centraal Spoorweg maatschappij -NCS-) was geleverd, maar langer. Deze rijtuigen bevatten 9 zitplaatsen eerste klasse en 24 tweede klasse.

Voordat zij beschikbaar kwamen, behielp de ZVTM zich met de door de IJzendijksche Stoomtramweg – Maatschappij (IJzSM) ingebrachte rijtuigen en een of enkele gehuurde rijtuigen van de Stoomtram Breskens Maldeghem (SBM)

Aangezien zestien rijtuigen tenslotte niet genoeg leek voor het in de jaren 1914-1928 door de ZVTM in exploitatie gebrachte net, werden in 1930 nog drie nagenoeg gelijke rijtuigen, AB 17-19, geleverd door La Brugeoise. Hierin was de eerste klasse anders ingericht, zodat daar 10 zitplaatsen waren. Twee rijtuigen van de eerste serie (nrs. 15 en 16) zijn met de drie later gebouwde soortgenoten in 1936 omgebouwd tot motorrijtuigen. Ze heetten daarna ME15 en ME16.

Na de oorlog werd AB 8 een zogenaamd ‘plukrijtuig’ en leverde het onderdelen aan de overige achttien rijtuigen van dit type.

Volgens een bericht in Tramnieuws van november 1946 werden in dat jaar de rijtuigen AB 7-8 afgevoerd. Zij werden wel buiten dienst gesteld en ten behoeve van de andere rijtuigen van onderdelen ontdaan, In 1948-1949 werd het reizigersvervoer per tram bij de ZVTM opgeheven. AB 7 en 8 zijn pas in 1950 tegelijk met de niet verbouwde rijtuigen (AB1-14) voor sloop verkocht.

De rijtuigbak van AB 8 werd echter niet gesloopt en diende tot 1960 als noodwoning te Kapellebrug. Daarna ging hij als duiventil fungeren!

Op 1 december 1998 verliet de bak Zeeuws-Vlaanderen om opgenomen te worden in de collectie van de Museumstoomtram.

Het rijtuig heeft een opvallend fraai ontwerp. Het is voorzien van teakhouten latten, gesloten balkons en een lichtkap. Er zijn negen zitplaatsen eerste klasse en 24 in de tweede. Van het rijtuig ontbraken de draaistellen en het interieur. Één van de zijwanden was grondig verbouwd. Het frame en de overige wanden hadden de tand des tijds beter doorstaan. Op basis van onder andere deze gegevens is een restauratieplan opgesteld en zijn werktekeningen gemaakt, die nodig waren om belangrijke onderdelen te kunnen reconstrueren. In 2007 werd met de restauratie van het personenrijtuig begonnen. Eind 2010 was de restauratie voltooid.

De afleveringsproefrit vond plaats op 19 mei 2011 waarna het rijtuig voor de duur van het zomerseizoen werd opgeborgen. Op 6 september 2011 maakten de leden van het Genootschap Ooievaar de officiële eerste rit; sindsdien wordt het rijtuig in de dagelijkse dienst gebruikt.

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingA-status, register Railmonumenten
Kerncollectie?Ja
Bouwjaar1916
Gebouwd door

Allan te Rotterdam

Gebouwd voorZeeuws-Vlaamsche Tramwegmij. (ZVTM)
Verworven1998
Staat van het objectDienstvaardig
Huidige locatieHoorn
Lengte over buffers13900 mm
Breedte zonder richels2240 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels3400 mm
SpoorbreedteOorspronkelijk 1000 mm
Aantal vaste zitplaatsen 33 (9 Eerste klasse -A-, 24 Tweede klasse -B-)
Aantal vaste staanplaatsen  24
Totaal aantal plaatsen 57
Geschiedenis
1916-1946in dienst als personenrijtuig
1946-1960verkocht als noodwoning naar Kapelle brug
1960-1998verkocht als duiventil naar Hulst
1998verkocht aan de Museumstoomtram en overgebracht naar Hoorn
1999overgebracht naar opslag in Zwaag
2007aanvang restauratie
2010restauratie voltooid

ontdek meer

Personenrijtuig BC6 van de Nederlandsche Centraal Spoorweg Maatschappij (NCS) -Ex GS AB21- (SHM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.


Dit rijtuig werd in 1915 door de fabrikant Allan als één van een serie van twee aan de toenmalige Nederlandsche Centraal Spoorweg maatschappij geleverd, het was een nalevering op een grotere serie, die door verschillende fabrikanten zijn geleverd, ze kregen de nummers BC5 en BC6.

De NCS opende in 1908 haar tramlijn Nunspeet ­Hattemerbroek -Zwolle met een merkwaardig sa­mengesteld rijtuigpark: naast tweeassige rijtuigen die meer op de elektrische stadstramrijtuigen uit die tijd geleken dan op stoomtramrijtuigen, kwamen een 9 tal vier – assige in dienst, Bij het ontwerp speelden voor die tijd moderne design-opvattingen, zoals de Amerikaanse vorm en afwerking met Jugendstil-details, een belangrijke rol.

De eerste zeven werden gebouwd door de Groot (4) en Van der Zypen (3), ze waren onderverdeeld in drie rijtuigen derde klasse (C) en vier gemengd tweede en derde klasse (BC) Allan bouwde er in 1915 nog twee, Dus aansluitend de BC5 en 6

De BC-rijtuigen boden 12 zitplaatsen tweede klasse en 26 derde, de C’s boden 40 zitplaatsen derde klasse in twee afdelingen van elk 20. Deze rijtuigen waren vrij sober ingericht met langs banken.

In 1919 werden de negen rijtuigen opgenomen in het materieelpark van de SS (Staats Spoor) waarna ze nog later (bij de fusie tot NS) werden ingepast in het park van de NS.

Na de opheffing van de tramlijn naar Nunspeet in 1931 zijn zij op de lijn Kwadijk -Volen­dam dienst gaan doen. Toen het reizigersvervoer hier, na inkorting tot Edam in 1932, in 1933 geheel werd gestaakt, gingen zes van de negen rijtuigen naar de Gooische Tramweg Maatschappij (GoTM).

De GoTM nam deze zes rijtuigen onder de nummers 20, 19, 21, 16, 17 en 18 in haar rijtuigpark op. De inkrimping van het GS-tramwegnet bracht ze in 1939 echter terug bij de NS, die ze daarop aan de Noord-Zuid Hollandsche Tramweg Maatschappij (NZHTM) doorgaf. Daar werden zij in 1940 voor de elektrische dienst in gebruik genomen als aanhangrij­tuigen B24, B25, B26, B21, B22 en B23.

Vijf van de zes rijtuigen werden voorzien van gesloten balkons, De B 26 behield echter de open balkons. De langs banken waren in alle zes rijtuigen vervangen door dwarsbanken (32 zitplaatsen).

De NZHTM heeft de B 21-26 in 1961 afgevoerd.

De B26 is toen door belangstellenden bewaard en tenslotte ondergebracht in de verzameling van de de Tramweg-Stichting. In 1971 werd dit rijtuig in Hoorn terug­gebracht in de Gooise toestand, met het nummer 21 (als AB rijtuig) en heeft tot 2020 zodanig dienst gedaan bij de Museum Stoomtram. Het rijtuig is in 2020 omgebouwd naar de veel luxere oorspronkelijke staat van aflevering aan de NCS.

De nummering door de loop der tijd van dit rijtuig was dus als volgt:

BC 6 (NCS) = BC216 (SS/NS) = BC21 (GoTM)= B26 (NZHTM) = AB21 (SHM) = BC6 (NCS)

 

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingB-status in het Register Railmonumenten
Bouwjaar1915
Gebouwd doorAllan (Rotterdam)
Gebouwd voorZuiderzeetramweg
Verworven1967
Staat van het objectdienstvaardig
LocatieHoorn
Lengte over buffers 13780 mm
Breedte zonder richels 2150 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3450 mm
Spoorbreedte1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 38 (12 Tweede klasse -B-, 26 Derde klasse -C-)
Aantal vaste staanplaatsen 20
Totaal aantal plaatsen 58
Geschiedenis
1915-1954In dienst als personenrijtuig
1954-1961In gebruik genomen als magazijn door NZH
1961Verkocht aan NVBS en opgeslagen in Hoorn
1967Overgedragen aan Tramweg Stichting
1972Grote herstelling naar toestand GoTM en in dienst gesteld
2020Groot herstel en ombouw naar afleverings toestand

ontdek meer

Personenrijtuig 22 van de Gooische Stoomtram (GS)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.

Rijtuig GS AB22 werd in 1904 door de fabrikant Wumag als één van een serie van vier (GS22-GS25) aan de Gooische Stoomtam geleverd.

De GS had bij de opening van haar bedrijf een zo groot aantal gesloten rijtuigen in dienst gesteld dat zij jarenlang niet aan uitbreiding behoefde te denken, maar na twintig jaar was dat moment toch gekomen. De GS kocht toen vier rijtuigen van een geheel nieuw type, groter en zwaarder dan de aanwezige, door Wumag ontworpen en tentoongesteld te Brussel. Deze nieuwe rijtuigen 22-25 werden in het bijzonder gebruikt voor de lijn Amsterdam -Laren. Zij bezaten drie afdelingen: eerste klasse (11 zitplaatsen op dwarsbanken), tweede klasse roken (12 zitplaatsen op langsbanken) en tweede klasse niet roken (20 zitplaatsen op een langs-en dwarsbanken).

In Nederland behoorden ze tot de eerste stoomtramrijtuigen, waarbij moderne design-opvattingen een belangrijke rol speelden. De Amerikaanse vormgeving en de afwerking met Jugendstil-details getuigen daarvan. De rijtuigen hebben goed voldaan. Tot aan het einde van het trambedrijf in 1947 zijn ze dienst blijven doen. Daarna kreeg rijtuig 22 een functie als noodwoning in het zogenaamde Tramdorp te Hilversum. Zo kon het rijtuig in deze tijd van woningnood nog nuttige diensten bewijzen.

Rijtuig 22 kreeg in 1942 in de (voormalige) eerste klasse afdeling langs-in plaats van dwarsbanken. Bij de opheffing van het reizigersvervoer op de resten van het Gooise tramwegnet (in 1944 overgenomen door de NBM) in 1948, werden de vier rijtuigen afgevoerd en als noodwoningen te Hilversum geplaatst. Na de ontruiming daarvan in 1974 heeft de Tramweg-Stichting de 22 en het door de NTM inmiddels overgenomen en omgenummerde rijtuig C 302 (ex GS 25) bij de collectie van de Museumstoomtram gevoegd. Van herstel van de C 302 heeft men begin 1983 echter moeten afzien wegens aangerichte vernielingen.

Aan het rijtuig is vanwege zijn historische waarde de hoogste A-status toegekend binnen de Collectie Nederland.

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingA-status 
Bouwjaar1904
Gebouwd doorWumag
Gebouwd voorGooische Stoomtram (GS)
Verworven1974
Staat van het objectWacht op restauratie
LocatieHoorn
Lengte over buffers 14940 mm
Breedte zonder richels 2250 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3250 mm
Spoorbreedte1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 43 (11 eerste klasse -A-, 32 Tweede klasse -B-)
Aantal vaste staanplaatsen20
Totaal aantal plaatsen 63
Geschiedenis
1904-1947 In dienst als personenrijtuig
1947-1949 Buiten dienst gesteld en opgeslagen
1949-1974 In gebruik als noodwoning
1974 Rijtuig geschonken via Tramweg Stichting aan SHM
1977 Bak gerestaureerd in Geldermalsen
Vanaf 1982 In dienst gesteld bij Museumstoomtram
Heden In afwachting van restauratie

ontdek meer

Personenrijtuig 24 van de Stoomtram-Maatschappij Breskens-Maldeghem (SBM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.


Personenrijtuig 24 werd gebouwd in 1927 als onderdeel van een serie van dertien rijtuigen (18-30) door de fabriek Allan in Rotterdam. Het rijtuig ging de eerste en tweede klasse reizigers vervoeren op stoomtramlijnen, die in het westen van Zeeuws-Vlaanderen waren aangelegd en in deze periode werden uitgebreid vanuit onder andere Breskens, Cadzand en Sluis en Maldeghem, net over de grens in België. Toen de tram hier in 1949 werd opgeheven, werd de teakhouten rijtuigbak verkocht als zomerhuisje naar Cadzand. Later werd het een kleedlokaal voor een voetbalvereniging in Maldeghem.

Via het Stoomcentrum Maldeghem werd de wagenbak in 1984 verworven door de Stichting Brabant Rail en getransporteerd naar NS werkplaats Roosendaal. Hier werd met de estauratie begonnen. In 1990 werd de bak overgebracht naar de BBA garage te Breda en later naar het terrein van de Machinefabriek Breda. In 1995 kon de Stichting Beheer Museumstoomtram de bak in bruikleen verwerven. Deze werd voorlopig opgeslagen in een loods op het Hoogoven terrein. In 1998 volgde transport naar ons Museum, waar het rijtuig in de loop van 8 jaar in de eigen werkplaats van het museum in Hoorn geheel werd gerestaureerd en van gereconstrueerde draaistellen voorzien. Het rijtuig behoorde tot de laatste voor Nederland gebouwde stoomtramrijtuigen, maar ondanks dat was het toch voorzien van een ouderwetse kolenkachel en olieverlichting. Bij de restauratie is deze verlichting aan de hand van historische foto’s en beschrijvingen geheel nagebouwd.

Rijtuig 24 representeert de geschiedenis van de stoomtram in een deel van Zeeland, op basis waarvan een B-status is toegekend in het landelijke Register Railmonumenten.

Hieronder afbeeldingen van seriegenoten in het oorspronkelijke gebruik en de verdere geschiedenis van ons rijtuig in het bijzonder.

 

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingB-status
Register Railmonumenten
Kerncollectie?Ja
Bouwjaar1927
Gebouwd doorAllan te Rotterdam
Gebouwd voorStoomtram-Mij. Breskens-Maldeghem (SBM)
Verworven1995
Staat van het objectDienstvaardig 
Huidige locatieHoorn 
Lengte over buffers 15180 mm
Breedte zonder richels 2100 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3235 mm
Spoorbreedteoorspronkelijk 1000 mm, bij Museumstoomtram 1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 43 (14 1e-  en 29 2e. klasse)
Aantal vaste staanplaatsen 20
Totaal aantal plaatsen 63
Geschiedenis
1927-1949In dienst als personenrijtuig
1949-1956In gebruik als zomerhuisje in Cadzand
1956-1984In gebruik als kleedlokaal bij voetbalclub Maldeghem
1984-1995Verkocht aan Stichting Brabant Rail en opgeslagen in Breda
1995In bruikleen naar Museumstoomtram en opgeslagen in Beverwijk
1998

Overgebracht naar Hoorn

2000Aanvang restauratie
2008Restauratie voltooid

ontdek meer

Personenrijtuig BC25 van de Stoomtramweg-Maatschappij Oostelijk-Groningen (OG)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.

De fabrikant Beijnes leverde tot in 1917 een 10 tal rijtuigen aan de OG, BC21-BC28 en C 41-42 (In 1923 zijn er nog 4 door Linke – Hoffmann geleverd)

De rijtuigen die de OG inzette op de in de jaren 1915-1919 geopende lijnen van Winschoten naar Ter Apel, Bellingwolde en Delfzijl, waren de eerste van een nieuw type dat Beijnes (fabrikant) had ontworpen. Opmerkelijk hieraan waren de schuine hoeken van de balkons.

Lees verder…


De OG bestelde van dit type zoals aangegeven twee versies: BC­rijtuigen met 11 zitplaatsen tweede en 20 derde klasse en C-rijtuigen met 37 zitplaatsen (derde klasse). De eerste bezaten twee afdelingen, de laatste één afdeling. Rijtuig BC27 behoort tot die eerste serie

Beijnes kon de door de OG bestelde rijtuigen niet snel afleveren. De indienststelling van de BC 21-28 en C41-42 werd dan ook verspreid over de jaren 1915-1917 de OG heeft in de eerste tijd rijtuigen van de DSM en SOP moeten bijhuren.

Van de gehele serie werden twaalf rijtuigen door Beijnes geleverd en twee (in 1923) door Linke-Hofmann

Alle veertien rijtuigen werden in 1948 bij de opheffing van het trambedrijf der OG afgevoerd, maar vier stuks van de serie BC21-28 werden in 1949 verkocht aan de Centovalli-lijn Locarno -Domodossola, waar zij met de nummers 71-74 in dienst kwamen.

In de jaren 1952-1953 werden zij verbouwd: de balkons werden gewijzigd en de ventilatiekappen werden verwijderd. In 1977 werden zij ook hier afgevoerd, maar rijtuig 73 bleef bestaan en werd in 1982 verworven door de Stichting Brabant-Rail.

Het rijtuig is later overgedragen aan de Museumstoomtram en wacht nu op restauratie, er is daar inmiddels vastgesteld dat de 73 het OG rijtuig nr. BC25 betreft.

Met de LTM’ers 1502 en 1504 beschikt de Museumstoomtram over het complete beeld dat deze “nieuw type” Beijnes rijtuigen destijds hebben neergezet

Specificaties
Cultuurhistorische waarderingA-status register railmonumenten
Bouwjaar1917
Gebouwd doorFa. Beynes
Gebouwd voorStoomtramweg-Mij. Oostelijk Groningen
(OG)
EigendomMuseumstoomtram
Staat van objectWacht op restauratie
LocatieBenningbroek (opslagdepot)
Lengte over buffers13280 mm
Breedte zonder richels 2400 mm
Hoogte v.h. dak, zonder uitsteeksels  3425 mm
Spoorbreedte1067 mm, voor gebruik bij de Museumstoomtram “om te sporen” naar 1435mm.
Aantal vaste zitplaatsen11 tweede klasse (B), 20 derde klasse (C)
Aantal vaste staanplaatsen22
Totaal aantal plaatsen51
Geschiedenis
1917-1984In dienst als personenrijtuig
1984-1986Verkocht als clublokaal
1986Verkocht aan Stichting Brabant Rail en in opslag
1995In bruikleen overgedragen aan Museumstoomtram en opgeslagen
2012In eigendom overgedragen aan Museumstoomtram
2015In afwachting van restauratie opgeslagen in Benningbroek

ontdek meer

Personenrijtuig 34 van de Ooster Stoomtramweg-Maatschappij (OSM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.
In 1910 bouwde de firma Allan uit Rotterdam een serie rijtuigen voor de Ooster Stoomtramweg-Maatschappij (OSM). Deze reed onder andere tussen Arnhem en Zeist (later door naar Amersfoort). Een van die rijtuigen was de OSM 34.

De aanschaf van de rijtuigen AB 30-54 was een onderdeel van de modernisering van het OSM ­bedrijf, waarbij stoomlocomotieven werden vervangen door motorwagens en oude rijtuigen afgevoerd. De nieuwe rijtuigen hebben echter ondanks de invoering van motortractie ook gereden in door de stoomlocomotieven vervoerde trams, o.a. omdat gedurende de eerste wereldoorlog niet voldoende motorbrandstof te verkrijgen was.

Lees verder…


Na de elektrificatie van de hoofdlijn van de OSM in de jaren 1922-1924 werden de AB 30-54 in de elektrische dienst gebruikt, maar tot de opheffing van de ook toen nog met stoomtractie geëxploiteerde zijlijn naar Wijk bij Duurstede in 1931 hebben er toch nog in stoomtrams gereden. De AB 34 had overigens reeds vroeg elektrische tractie leren kennen doordat hij in 1919-1921 was verhuurd aan de GETA. (Gemeente Electrische Tram Arnhem)

Tot 1949 heeft het rijtuig dienst gedaan bij de OSM. Eerst in de stoomtrams, later reden hier motortrams. In 1949 is het rijtuig verkocht en verplaatst naar Zeist. Hier heeft de bak van het rijtuig (al zonder onderstel) tot 1952 dienst gedaan als noodwoning. In 1952 is het rijtuig nogmaals verkocht en heeft het tot 2003 in Beusichem dienst gedaan als woning.

In 2003 is de OSM 34 verkocht aan de Stichting Beheer Museumstoomtram. Sindsdien is het rijtuig in afwachting van restauratie. Een kijkje in het rijtuig maakt duidelijk dat het als woning is gebruikt: Zie bij voorbeeld de tegeltjes achterin de wagenbak in de uitvoeriger beeld presentatie van dit rijtuig onderaan de pagina.!

Personenrijtuig OSM 34 heeft de hoogste A-status in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed. Het representeert een beeldbepalend type, waarvan 25 exemplaren tientallen jaren dienst hebben gedaan in het centrum van Nederland. Het rijtuig heeft ten opzichte van andere rijtuigtypen in die periode een nogal opvallende vormgeving. Van dit type is rijtuig OSM 34 het enige overgebleven exemplaar.

De AB 30-54 boden 9 zitplaatsen eerste klasse en 21 tweede. De NBM, die in 1927 het bedrijf van de OSM overnam, schafte het klasseonderscheid af en liet de letters bij de nummers vervallen. In 1940 werden de rijtuigen 49 en 53 bij de gevechten om Rhenen ver­nield. In 1943 gingen de 50-51 en in 1944 de 39 en 54 in huur naar de GETA. Deze vier kwamen in 1944 door de gevechten om Arnhem tot stilstand en werden in 1945 gesloopt. De 33 werd in 1945 vernield.

De rijtuigen 41-42 en 44-48 werden in 1946 verkocht aan de RTM. Daar kwamen zij weer terug in stoomtramdienst. De 41,45,46,48 en 42 werden door de RTM met betrekkelijk geringe wijzigingen in 1946 in gebruik genomen als B403-404 en AB 405-407. De 44 en 47 kwamen in 1947 in dienst als BD401-402, nadat er door verbouwing een bagageafdeling in was gemaakt. Hun aantal zitplaatsen was daarbij verminderd tot 21 tweede klasse.

Specificaties
Cultuurhistorische waardering A-status in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed
Bouwjaar1910
Gebouwd doorFa. Allan
Gebouwd voorOoster Stoomtram-Mij. (OSM)
Verworven2003
Staat van het object Wacht op restauratie
LocatieOpslag Benningbroek
Lengte over buffers  12800 mm
Breedte zonder richels  2200 mm
Hoogte v.h. dak, zonder uitsteeksels  3255 mm
Spoorbreedte Oorspronkelijk 1067 mm, voor gebruik bij de Museumstoomtram om te sporen naar 1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 9 eerste klasse (A), 21 tweede klasse (B)
Aantal vaste staanplaatsen 20
Totaal aantal plaatsen 50

 

Geschiedenis
1910-1949In dienst als personenrijtuig
1949-1952Verkocht als woning naar Zeist
1952-2003Verkocht als woning naar Beusichem
2003Verworven door de Museumstoomtram
2015In opslag in Benningbroek

 

ontdek meer