Menu

Personenrijtuig AB8 van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij (ZVTM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.
Rijtuig AB8 werd in 1916 door Allan geleverd aan de ZVTM. Het rijtuig verzorgde als gecombineerd eerste en tweede klasse rijtuig het reizigersvervoer op het in de jaren 1914-1928 door de ZVTM in Zeeuws­Vlaanderen in exploitatie gebrachte dichte tram-net. Het deed dienst tot in de Tweede Wereldoorlog en kwam niet ongeschonden uit de strijd. Dit was één van een serie van 16 rijtuigen die fabrikant Allan bouwde voor de ZVTM (AB 1-16), van het model dat voor de lijn Zwolle ­Blokzijl was geleverd, maar langer. Deze rijtuigen bevatten 9 zitplaatsen eerste klasse en 24 tweede klasse.

Lees verder…


Voordat zij beschikbaar kwamen, behielp de ZVTM zich met de door de IJzSM ingebrachte rijtuigen en een of enkele gehuurde rijtuigen van de SBM (Stoomtram Breskens Maldeghem).

Aangezien zestien rijtuigen tenslotte niet genoeg leek voor het in de jaren 1914-1928 door de ZVTM in Zeeuws­Vlaanderen in exploitatie gebrachte net, werden in 1930 nog drie nagenoeg gelijke rijtuigen, AB 17-19, geleverd door La Brugeoise. Hierin was de eerste klasse anders ingericht, zodat daar 10 zitplaatsen waren. Twee rijtuigen van de eerste serie (nrs. 15 en 16) zijn met de drie later gebouwde soortgenoten in 1936 omgebouwd tot motorrijtuigen. Ze heetten daarna ME15 en ME16.

Na de oorlog werd AB 8 een zogenaamd ‘plukrijtuig’ en leverde het onderdelen aan de overige achttien rijtuigen van dit type.

Volgens een bericht in Tramnieuws van november 1946 werden in dat jaar de rijtuigen AB 7-8 afgevoerd. Zij werden wel buiten dienst gesteld en ten behoeve van de andere rijtuigen van onderdelen ontdaan, In 1948-1949 werd het reizigersvervoer per tram bij de ZVTM opgeheven. AB 7 en 8 zijn pas in 1950 tegelijk met de niet verbouwde rijtuigen (AB1-14) voor sloop verkocht.

De rijtuigbak van AB 8 werd echter niet gesloopt en diende tot 1960 als noodwoning te Kapellebrug. Daarna ging hij als duiventil fungeren!

Op 1 december 1998 verliet de bak Zeeuws-Vlaanderen om opgenomen te worden in de collectie van de Museumstoomtram.

Het rijtuig heeft een opvallend fraai ontwerp. Het is voorzien van teakhouten latten, gesloten balkons en een lichtkap. Er zijn negen zitplaatsen eerste klasse en 24 in de tweede. Van het rijtuig ontbraken de draaistellen en het interieur. Één van de zijwanden was grondig verbouwd. Het frame en de overige wanden hadden de tand des tijds beter doorstaan. Op basis van onder andere deze gegevens is een restauratieplan opgesteld en zijn werktekeningen gemaakt, die nodig waren om belangrijke onderdelen te kunnen reconstueren. In 2007 werd met de restauratie van het personenrijtuig begonnen. Eind 2010 was de restauratie voltooid.

De afleveringsproefrit vond plaats op 19 mei 2011 waarna het rijtuig voor de duur van het zomerseizoen werd opgeborgen. Op 6 september 2011 maakten de leden van het Genootschap Ooievaar de officiële eerste rit; vanaf de herfstvakantie wordt het rijtuig in de dagelijkse dienst gebruikt.

Geschiedenis
1916-1946in dienst als personenrijtuig
1946-1960verkocht als noodwoning naar Kapelle brug
1960-1998verkocht als duiventil naar Hulst
1998verkocht aan de Museumstoomtram en overgebracht naar Hoorn
1999overgebracht naar opslag in Zwaag
2007aanvang restauratie
2010restauratie voltooid
Verdere bijzonderheden
Cultuurhistorische waarderingA-status, register Railmonumenten
Kerncollectie?Ja
Bouwjaar1916
Gebouwd door

Allan te Rotterdam

Gebouwd voorZeeuws-Vlaamsche Tramwegmij. (ZVTM)
Verworven1998
Staat van het objectDienstvaardig
Huidige locatieHoorn
Lengte over buffers13900 mm
Breedte zonder richels2240 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels3400 mm
SpoorbreedteOorspronkelijk 1000 mm
Aantal vaste zitplaatsen 33 (9 Eerste klasse -A-, 24 Tweede klasse -B-)
Aantal vaste staanplaatsen  24
Totaal aantal plaatsen 57

ontdek meer