Menu

Personenrijtuig 21 van de Gooische Tramweg-Maatschappij (GoTM)

Houten personenrijtuig op twee draaistellen.
Rijtuig AB21 werd in 1915 door de fabrikant Allan als één van een serie van twee aan de toenmalige Nederlandsche Centraal Spoorweg maatschappij geleverd, het was een nalevering op een grotere serie, die door verschillende fabrikanten zijn geleverd, ze kregen de nummers BC5 en BC6.

Lees verder…


De NCS opende in 1908 haar tramlijn Nunspeet ­Hattemerbroek -Zwolle met een merkwaardig sa­mengesteld rijtuigpark: naast tweeassige rijtuigen die meer op de elektrische stadstramrijtuigen uit die tijd geleken dan op stoomtramrijtuigen, kwamen een 9 tal vierassige in dienst, Bij het ontwerp speelden voor die tijd moderne design-opvattingen, zoals de Amerikaanse vorm en afwerking met Jugendstil-details, een belangrijke rol.

De eerste zeven werden gebouwd door de Groot (4) en Van der Zypen (3), ze waren onderverdeeld in drie rijtuigen derde klasse (C) en vier gemengd tweede en derde klasse (BC) Allan bouwde er in 1915 nog twee, Dus aansluitend de BC5 en 6

De BC-rijtuigen boden 12 zitplaatsen tweede klasse en 26 derde, de C’s boden 40 zitplaatsen derde klasse in twee afdelingen van elk 20. De rijtuigen waren vrij sober ingericht met langsbanken.

In 1919 werden de negen rijtuigen opgenomen in het materieelpark van de SS (Staats Spoor) waarna ze nog later (bij de fusie tot NS) werden ingepast in het park van de NS.

Na de opheffing van de tramlijn naar Nunspeet in 1931 zijn zij op de lijn Kwadijk -Volen­dam dienst gaan doen. Toen het reizigersvervoer hier, na inkorting tot Edam in 1932, in 1933 geheel werd gestaakt, gingen zes van de negen rijtuigen naar de GoTM.

De GoTM nam deze zes rijtuigen onder de nummers 20, 19, 21, 16, 17 en 18 in haar rijtuigpark op. De inkrimping van het GS-tramwegnet bracht ze in 1939 echter terug bij de NS, die ze daarop aan de NZHTM doorgaf. Daar werden zij in 1940 voor de elektrische dienst in gebruik genomen als aanhangrij­tuigen B24, B25, B26, B21, B22 en B23.

Vijf van de zes rijtuigen werden voorzien van gesloten balkons, De B 26 behield echter de open balkons. De langsbanken waren in alle zes rijtuigen vervangen door dwarsbanken (32 zitplaatsen).

De NZHTM heeft de B 21-26 in 1961 afgevoerd.

De B26 is toen door belangstellenden bewaard en tenslotte ondergebracht in de verzameling van de De Tramweg-Stichting.

Sedert 1971 doet dit rijtuig, terug­gebracht in de Gooise toestand, met het nummer 21 (als AB rijtuig) dienst bij de Museum stoomtram.

De nummering door de loop der tijd van dit rijtuig was dus als volgt:

BC 6 (NCS) = BC216 (SS/NS) = BC21 (GoTM)= B26 (NZHTM) = AB21 (SHM)

Geschiedenis
1915-1954In dienst als personenrijtuig.
1954-1961In gebruik genomen als magazijn door NZH.
1961Verkocht aan NVBS en opgeslagen in Hoorn.
1967Overgedragen aan Tramweg Stichting.
1972Grote herstelling naar toestand GoTM en in dienst gesteld.
Verdere bijzonderheden
Cultuurhistorische waarderingB-status in het Register Railmonumenten.
Bouwjaar1915
Gebouwd doorAllan (Rotterdam)
Gebouwd voorZuiderzeetramweg
Verworven1967
Staat van het objectdienstvaardig
LocatieHoorn
Lengte over buffers 13780 mm
Breedte zonder richels 2150 mm
Hoogte v.h. dak zonder uitsteeksels 3450 mm
Spoorbreedte1435 mm
Aantal vaste zitplaatsen 38 (12 Tweede klasse -B-, 26 Derde klasse -C-)
Aantal vaste staanplaatsen 20
Totaal aantal plaatsen 58

ontdek meer